NJ 2025/123
Hof hoefde oordeel dat het geen reden heeft te twijfelen aan de verklaring van aangever en getuige niet nader te motiveren.
HR 18-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:413, m.nt. J.M. ten Voorde
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 maart 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/05017 J
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Noot
J.M. ten Voorde
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD10934:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:413, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:31, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑04‑2024
- Wetingang
Essentie
Het hof was niet gehouden na door verdediging gemotiveerde betwisting van de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangever en een getuige zijn oordeel dat het geen reden heeft te twijfelen aan de betrouwbaarheid van die verklaringen nader te motiveren.
Samenvatting
De raadsvrouw van verdachte heeft — mede naar aanleiding van de in hoger beroep ten overstaan van de raadsheer-commissaris afgelegde verklaringen van de aangever en een getuige — gesteld dat de door de kinderrechter voor het bewijs gebruikte verklaringen van de aangever en de getuige onvoldoende betrouwbaar zijn om voor het bewijs te kunnen gebruiken, omdat de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.