PJ 2021/84
Dwangbevel niet nietig wanneer aanmaning ontbreekt. Geen verjaring premievordering.
Rb. Rotterdam 25-03-2021, ECLI:NL:RBROT:2021:3805, m.nt. prof. dr. E. Lutjens
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
25 maart 2021
- Magistraten
Mr. G.A.F.M. Wouters
- Zaaknummer
8448853 CV EXPL 20-1539
- Noot
prof. dr. E. Lutjens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS270915:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2021:3805, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 25‑03‑2021
- Wetingang
Art. 21 Wet Bpf 2000; art. 3:308, 6:38 BW
Essentie
Dwangbevel niet nietig wanneer aanmaning ontbreekt. Geen verjaring premievordering.
Samenvatting
Een werkgever valt vanaf 2012 onder de verplichtstelling. In 2019 legt het Bpf een premienota. Nadat deze niet zijn betaald vaardigt het Bpf een dwangbevel uit.
De werkgever stelt dat het dwangbevel nietig is, want niet vooraf is gegaan door een aanmaning als bedoeld in art. 21 lid 1 Wet Bpf 2000. De rechtbank oordeelt dat dit geen nietigheid meebrengt omdat partijen veelvuldig over de premievordering hebben gecorrespondeerd en het bpf zelfs het faillissement van werkgever had aangevraagd, zodat werkgever voldoende bekend was met de premievordering. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.