Cessie
Einde inhoudsopgave
Cessie (O&R nr. 70) 2012/IX.3.1:IX.3.1 Inleiding
Cessie (O&R nr. 70) 2012/IX.3.1
IX.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M.H.E. Rongen, datum 01-10-2011
- Datum
01-10-2011
- Auteur
mr. M.H.E. Rongen
- JCDI
JCDI:ADS359914:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
864. Inleiding en plan van behandeling. In geval van een financiële transactie waarbij vorderingen op naam worden gecedeerd of verpand, is het, gezien het bepaalde in art. 35 lid 2 Fw, van groot belang om vast te stellen of het gaat om bestaande of toekomstige vorderingen. Een cessie of verpanding van een toekomstige vordering kan in het faillissement van de cedent/pandgever de boedel immers niet worden tegengeworpen, indien de vordering eerst na de faillietverklaring door de cedent/pandgever wordt verkregen. Gezien het faillissementsrisico dat is verbonden aan een cessie of verpanding van toekomstige vorderingen, is de waarde van een toekomstige vordering als object van investering of zekerheid dan ook relatief gering, zeker indien de kredietwaardigheid van de kredietnemer te wensen overlaat.
In het hiernavolgende zullen beschouwingen worden gewijd aan het onderscheid tussen bestaande en toekomstige vorderingen. Allereerst wordt een beknopt overzicht gegeven van de belangrijkste jurisprudentie van de Hoge Raad waarin hij zich uitlaat over de vraag of een vordering een bestaande of een toekomstige is (§ 3.2). Vervolgens zal bijzondere aandacht worden besteed aan het arrest WUH/Emmerig q.q. dat een centrale plaats inneemt bij de beantwoording van de vraag naar het onderscheid tussen bestaande en toekomstige vorderingen (§ 3.3). Daarna zal worden bezien welke conclusies uit deze jurisprudentie, alsmede uit de dogmatiek en het wettelijk systeem, kunnen worden getrokken (§ 3.4 en § 3.5). Daarbij wordt niet alleen aandacht geschonken aan vorderingen uit privaatrechtelijke rechtsverhoudingen, maar ook aan vorderingen met een (semi)publiekrechtelijke achtergrond. Een en ander wordt besloten met een conclusie voor het huidige recht (§ 3.6).