Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/10.8.2.4
10.8.2.4 Ongedaanmakingsverbintenissen en verbintenissen uit onverschuldigde betaling
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS585951:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. HR 21 april1987, NJ 1988, 1015 (Ennia/Bavaria), m.nt. WMK.
Aan deze regel ligt hetzelfde beginsel ten grondslag als aan art. 6:251lid 2 BW, art. 7:421 BW en art. 7:506 lid 2 BW, waar de oude schuldeiser naast de nieuwe schuldeiser aansprakelijk blijft.
In de rechtsverhouding tussen de oude en nieuwe schuldeiser komen de vernietiging en de ontbinding in beginsel voor rekening van de oude schuldeiser. De nieuwe schuldeiser die de vordering gekocht heeft, kan van de oude schuldeiser schadevergoeding vorderen of de koop ontbinden en de koopsom terugvorderen. Zie hierna nr. 723.
Hetzelfde geldt bij contractsoverneming. Zie Van Rijssen 2008, p. 570, en p. 571 e.v. Anders: Mijs 2009, p. 104-105.
646. De ongedaanmakingsverbintenis ex art. 6:271 BW en de verbintenis uit onverschuldigde betaling ex art. 6:203 BW rusten op de gene die de betaling heeft ontvangen. Heeft de nieuwe schuldeiser betaling ontvangen, en wordt vervolgens de aan de vordering onderliggende overeenkomst ontbonden of vernietigd, dan rust op de nieuwe schuldeiser de verplichting tot ongedaanmaking dan wei tot terugbetaling.1 Hetzelfde geldt als de schuldenaar aan hem heeft betaald voordat de opschortende voorwaarde is vervuld of voordat de schuldeiser zijn keuze heeft uitgebracht.
De schuldenaar wordt in deze gevallen ( ongewild) geconfronteerd met de nieuwe schuldeiser als zijn nieuwe schuldenaar. De oude schuldeiser staat op grond van art. 6:144 lid 1 BW in voor de nakoming van deze verbintenissen. De schuldenaar zou anders door de overdracht van de vordering in een slechtere rechtspositie komen te verkeren.2 Beide soorten verbintenissen zijn verplichtingen die uit het schuldeiserschap voortvloeien in zin van art. 6:144lid 1 BW. De aansprakelijkheid van de oude schuldeiser is met name billijk als de schuldenaar de overeenkomst ontbindt of vernietigt vanwege een oorzaak die bij de oude schuldeiser ligt, bijvoorbeeld diens tekortkoming of een aan hem toe te rekenen dwaling of bedrog.3 Heeft de schuldenaar voor de overdracht van de vordering een deel van de vordering aan de oude schuldeiser betaald, en is slechts het resterende deel van de vordering op de nieuwe schuldeiser overgegaan, dan cliënt de schuldenaar bij een eventuele vernietiging of ontbinding van de overeenkomst het aan de oude schuldeiser betaalde deel van zijn oude schuldeiser te vorderen, en niet van zijn nieuwe schuldeiser.4