NJ 1932, p. 488
Niet-ontv.verklaring van een vordering tot betaling van den restant-koopprijs op grond dat tusschen partijen een rekeningcourant-verhouding zou bestaan.
HR 18-02-1932, ECLI:NL:HR:1932:201, m.nt. Prof. Mr. Paul Scholten
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 februari 1932
- Magistraten
Mrs. Fentener van Vlissingen, Visser, Kosters, van den Dries, Kranenburg
- Zaaknummer
[181932/NJ_1932,_p._488]
- Conclusie
Mr. Tak
- Noot
Prof. Mr. Paul Scholten
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS128658:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1932:201, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑02‑1932
- Wetingang
(BW art. 1549-1554; Rv art. 771-793.)
Essentie
Niet-ontv.verklaring van een vordering tot betaling van den restant-koopprijs op grond dat tusschen partijen een rekeningcourant-verhouding zou bestaan.
Samenvatting
Voor het op bovenstaanden grond teloorgaan van het uit de artt. 1498 en 1549 B. W. voortvloeiende recht om betaling van den koopprijs te vorderen is noodig een overeenkomst van rekening-courant, medebrengende dat het recht om van de verschillende tusschen partijen over en weer gesloten transacties afzonderlijk betaling te vragen is uitgesloten.
Het bestaan van een overeenkomst van rekening-courant kan wel uit gedragingen van partijen worden afgeleid, doch de Rechtb. heeft, feitelijk vaststellende, dat ten deze niet op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.