NJB 2024/2388
Belang bij cassatieberoep. Gezag van gewijsde. Een man verzoekt een omgangsregeling met zijn kind. Het hof neemt family life tussen de man en het kind aan, maar wijst het verzoek af op de grond dat omgang in strijd is met de zwaarwegende belangen van het kind. De moeder van het kind gaat in cassatie. Hoge Raad: De afwijzing door het hof berust niet op zijn oordeel dat er voldoende omstandigheden zijn om family life aan te nemen. Aan dat oordeel komt dus geen gezag van gewijsde toe. Dit brengt mee dat de moeder geen belang heeft bij haar cassatieberoep.
HR 08-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1596
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, K. Teuben
- Zaaknummer
23/04853
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1596, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:483, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑05‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑12‑2023
- Wetingang
(art. 3:303 BW; art. 236 lid 1 Rv)
Essentie
Belang bij cassatieberoep. Gezag van gewijsde. Een man verzoekt een omgangsregeling met zijn kind. Het hof neemt family life tussen de man en het kind aan, maar wijst het verzoek af op de grond dat omgang in strijd is met de zwaarwegende belangen van het kind. De moeder van het kind gaat in cassatie. Hoge Raad: De afwijzing door het hof berust niet op zijn oordeel dat er voldoende omstandigheden zijn om family life aan te nemen. Aan dat oordeel komt dus geen gezag van gewijsde toe. Dit brengt mee dat de moeder geen belang ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.