Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VIII.G:VIII.G. DE DRIETAND GELDT, MET INACHTNEMING VAN DE FISCALE PERSOONLIJKHEIDSRECHTEN EN WAARBORGEN VOOR DE HEFFING, OOK IN FISCALIBUS
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VIII.G
VIII.G. DE DRIETAND GELDT, MET INACHTNEMING VAN DE FISCALE PERSOONLIJKHEIDSRECHTEN EN WAARBORGEN VOOR DE HEFFING, OOK IN FISCALIBUS
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS403805:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het fiscale deel is naar mijn mening gebleken dat in het Nederlandse fiscale recht de drie beginselen van executele als uitgangspunt overeind blijven, Hfdst VII. Zeer sprekend is art. 44 AWR, waarbij het beginsel 'erflater leeft' zelfs gecodificeerd is. Zo bezien vormt dit een fiscale toepassing van art. 3:77 BWoftewel de executeur vertegenwoordigt erflater en niet de erfgenamen.
De quasi- overeenkomstgedachte werdniet alleen gevolgd voor de BTW-pro-blematiek, maar ook voor de successierechtelijke en inkomstenbelastingaspecten van de beloning.
Voor een nieuwe benadering van het spanningsveld samenloop successierecht en inkomstenbelasting terzake van de ('unangemessene') executeurbeloning kan inspiratie op gedaan worden bij de nieuwe kijk op de materie door het Duitse Bundesfinanzhof op 2 februari 2005, IIR18/03, FamRZ 2005, 13.
Door de toepassing van de quasi-overeenkomstgedachte is er ook toegang tot de anti-cumulatieregel van art. 33 lid 1 ten 9e SW 1956 die geschreven is voor de schenking.
Het bewindsaspect van executele kwam terug in art. 19 Invorderingswet 1990, de regeling van 'houders van penningen', welke kwalificatie blijkens de parlementaire geschiedenis ook op executeurs van toepassing is.
In beginsel wordt, mede gelet op het bepaalde in art. 3:79 BW, de civielrechtelijke kwalificatie van de executeur, fiscaal ook gevolgd, zij het dat men niet uit het oog dient te verliezen dat, gelet op de administratiefrechtelijke aard van het belastingrecht, dit rechtsgebied vanzelfsprekend ook zijn eigen regels kent met als doel om aan de ene kant de heffing veilig te stellen en aan de andere kant de belastingplichtige als individu te beschermen. Dit brengt met zich dat in fiscalibus de privatieve werking van de executele kan worden doorbroken. Dit was aanleiding, om met het oog hierop, te spreken van de 'fiscale persoonlijkheidsrechten' van de belastingplichtige erfgenamen.
Interessant is het Duitse fiscale rechtsbeginsel dat op eenTestamentsvoll-strecker niet meer fiscale verplichtingen rusten dan zijn civielrechtelijke beschikkingsmacht toestaat.
Ook in het fiscale recht wordt met betrekking tot de positie van de executeur geworsteldmet het vraagstuk vertegenwoordiging en/of eigen recht.Van belang is steeds een onderscheid te maken tussen (fiscale) externe vertegenwoordigingsbevoegdheid en de interne rechtsverhouding.