Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/14.5.3.4:14.5.3.4 Strafbaarstelling opzettelijk niet voldoen aan bevel of vordering ambtenaar
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/14.5.3.4
14.5.3.4 Strafbaarstelling opzettelijk niet voldoen aan bevel of vordering ambtenaar
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS492324:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ik wijs nog op art. 88 AWR. Daarin is onder meer vastgelegd dat de ambtenaren van de Belastingdienst mede belast zijn met de opsporing van het misdrijf ex art. 184 Sr, voor zover het bevel of de vordering strekt ter uitvoering van de belastingwet. Onder de uitvoering van de belastingwet vallen niet alleen de heffings- en controlewerkzaamheid, maar ook de strafrechtelijke opsporing en vervolging van fiscale delicten. Zie § 14.5.2.2 hiervoor.
Vgl. Den Boer e.a. 1999, p. 710.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 184 Sr is vastgelegd dat degene die opzettelijk niet voldoet aan een bevel of een vordering van een ambtenaar, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie (€ 4.050). Hetzelfde geldt voor degene die opzettelijk een handeling, door een van die ambtenaren ondernomen ter uitvoering van een wettelijk voorschrift, belet, belemmert of verijdelt.1 Wanneer tijdens het plegen van het misdrijf nog geen twee jaren zijn verlopen sinds een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een zelfde misdrijf onherroepelijk is geworden, dan kan de gevangenisstraf met een derde worden verhoogd.2
Omdat in de AWR eigen sancties zijn vastgelegd wegens de niet-nakoming van de verplichtingen ex art. 47 e.v. AWR, speelt dit artikel praktisch geen rol in de toezichts- en boetesfeer.3 In de fiscaal-strafvorderlijke sfeer is het echter de enige sanctie waarmee de niet-voldoening aan een bevel of vordering van een opsporingsambtenaar (bijvoorbeeld op grond van art. 81 AWR) wordt bedreigd.