RSV 2019/265
Helemaal in lijn met het eerder gewezen arrest van het HvJ EU in de zaak C-631/17 van 8 mei 2019 (ECLI:EU:C:2019:381) van een Letse zeevarende die in Letland woont en op een zeeschip onder de vlag van de Bahama’s buiten de Unie werkt voor een Nederlandse werkgever oordeelt ook de Hoge Raad dat de Letse socialezekerheidswetgeving van toepassing is.
HR 19-07-2019, ECLI:NL:HR:2019:1201
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 juli 2019
- Magistraten
Mrs. W.C. Feteris, M.A. Fierstra, J. Wortel, A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, P.A.G.M. Cools
- Zaaknummer
17/01041
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationale sociale zekerheid (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:1201, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑07‑2019
ECLI:NL:HR:2017:2681, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑10‑2017
ECLI:NL:PHR:2017:723, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑08‑2017
- Wetingang
Art. 11 lid 3 onderdeel e Verordening (EG) 883/2004
Essentie
Helemaal in lijn met het eerder gewezen arrest van het HvJ EU in de zaak C-631/17 van 8 mei 2019 (ECLI:EU:C:2019:381) van een Letse zeevarende die in Letland woont en op een zeeschip onder de vlag van de Bahama’s buiten de Unie werkt voor een Nederlandse werkgever oordeelt ook de Hoge Raad dat de Letse socialezekerheidswetgeving van toepassing is.
Samenvatting
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in 2017 prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld die zich wederom tot het HvJ EU gericht met de vraag waar een in Letland wonende Let die als zeevarende buiten de Unie ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.