NJ 2025/184
Wvggz. Zorgmachtiging. Oordeel dat betrokkene niet bereid is zich te doen horen; motivering (art. 6:1 lid 1 Wvggz); bekendheid betrokkene met plaats en tijdstip mondelinge behandeling; behoorlijke oproeping.
HR 20-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:972
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 juni 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, K. Teuben
- Zaaknummer
24/04664
- Conclusie
A-G mr. B.J. Drijber
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD16782:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:972, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:392, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑12‑2024
- Wetingang
Art. 6:1 Wvggz
Samenvatting
De rechter die van oordeel is dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen, dient dit in zijn beschikking vast te stellen en de gronden te vermelden waarop dat oordeel berust. Niet noodzakelijk is evenwel dat de rechter vaststelt dat de betrokkene heeft verklaard voormelde bereidheid te missen. Voldoende is dat dit naar het oordeel van de rechter kan worden afgeleid uit de wijze waarop ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.