V-N 2021/11.8
Internationale DJ mag ten laste van bv ingehouden bronbelasting verrekenen met IB volgens A-G
HR (Parket) 07-01-2021, ECLI:NL:PHR:2021:19, m.nt. Redactie vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
7 januari 2021
- Zaaknummer
20/01875
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
Redactie vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS256477:1
- Vakgebied(en)
Loonbelasting / Artiesten, beroepssporters en buitenlandse gezelschappen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:1352, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑09‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑09‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:19, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑01‑2021
- Wetingang
art. 13 Bvdb 2001; art. 17 en 23b OESO-modelverdrag
Essentie
Advocaat-generaal Wattel concludeert dat de arresten van de Hoge Raad van 9 februari 2007 wel van belang zijn. Uit deze arresten volgt dat het aan een artiest toekomend basissalaris wordt aangemerkt als inkomsten uit persoonlijk artistiek optreden ex art. 17 lid 1 OESO-Modelverdrag.
Samenvatting
X is een Nederlandse DJ die wereldwijd optreedt. Hij houdt de aandelen in holding A bv die de aandelen houdt in B bv, de ‘artiste company’. De gages voor de optredens worden deels aan X betaald en (groten) deels aan B bv. X ontvangt een vast salaris van A bv. De door ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.