Einde inhoudsopgave
Gedreven door een aspiratieve moraal (SteR nr. 61) 2023/3.2
3.2 De rol van de advocaat in de rechtsstaat
E.W.J. van Dijk, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
E.W.J. van Dijk
- JCDI
JCDI:ADS717832:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
M. Scheltema (red.), De toekomst van de nationale rechtsstaat, WRR Rapport, Den Haag 2002.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2003–2004, 29 279, nr. 7.
Handelingen Tweede Kamer, vergaderjaar 2003–2004, nr. 64-4153.
De minister noemt: “onafhankelijkheid, eenduidige loyaliteit aan de cliënt (partijdigheid), integriteit, geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht”. Zie de brief van de minister van justitie van 23 december 2004, Tweede Kamer, 29 279, nr. 20, p. 1.
P.C.E. van Wijmen (red.), Een Maatschappelijke orde, Rapport Commissie Advocatuur, 24 april 2006, p. 14. De Commissie voegt hier op p. 22 van haar rapport nog een zestal verantwoordelijkheden aan toe, te weten integer handelen, bijdragen aan de rechtsbedeling, verlening van adequate rechtsbijstand, faire procesvoering, respect voor gerechtvaardigde belangen en een professionele attitude.
Aan het opnemen van de kernwaarden in de Advocatenwet ging een discussie vooraf over de rol van de advocaat in de rechtsstaat. Aanleiding van deze discussie was het in 2002 verschenen rapport ‘De toekomst van de nationale rechtsstaat’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.1 De advocatuur werd in dit lijvige rapport wel genoemd, maar kwam inhoudelijk verder niet aan bod. Om die reden diende in 2004 het toenmalige PvdA-Kamerlid Klaas de Vries een motie in met het verzoek studie te doen naar de rol van de advocaat in de rechtsstaat.2 De eerste reactie op deze motie van de toenmalige minister van Justitie Piet Hein Donner mag hier niet onvermeld blijven:
“Als de heer De Vries nu aanvoert dat hij ook vragen beantwoord zou willen hebben als de vraag wat de bijdrage is van de advocatuur aan de juridisering van de samenleving, dan kan ik hem erop wijzen dat die vraag in wezen al bij Shakespeare beantwoord wordt in het toneelstuk Hendrik IV, waar de nieuwe koning zijn beleid aankondigt met: Let’s start to kill all lawyers. Dat ziet hij als een belangrijke hervorming in het land. Nu, daar valt soms iets voor te zeggen.”3
Deze knipoog van de minister maakte het onderwerp niet minder serieus. In de brief aan de Tweede Kamer die hierop volgde, onderstreepte de minister het belang van een onafhankelijke advocatuur. In de brief wees de minister erop dat een advocaat binnen onze samenleving een bijzondere positie inneemt en dat hem plichten en privileges zijn opgelegd4 waarbij de waarde van zijn dienstverlening vooral wordt bepaald door de wijze waarop die basisvoorwaarden in de praktijkuitoefening tot uitdrukking komen. De Commissie Advocatuur, in de wandelgangen ook wel bekend als de Commissie Van Wijmen, kreeg de opdracht het gevraagde onderzoek naar de rol van de advocaat in de samenleving uit te voeren en bracht in 2006 haar rapport uit.
In een rechtsstatelijke samenleving hebben burgers niet alleen rechten, zo lezen we in het rapport, maar moeten ze deze rechten ook geldend kunnen maken. Een onbelemmerde toegang tot de rechtsbedeling en tot de rechter is onmisbaar. De commissie vindt het daarom noodzakelijk dat de burger de mogelijkheid heeft te kiezen voor een advocaat als rechtshulpverlener. Volgens de commissie vult een advocaat zijn kerntaak op twee belangrijke manieren in. In de eerste plaats geeft de advocaat juridisch advies. In de tweede plaats vertegenwoordigt de advocaat zijn cliënt in juridische conflicten en procedures. Voor de vervulling van beide taken moet de advocaat aan een aantal essentiële voorwaarden voldoen. Die voorwaarden komen volgens de commissie tot uitdrukking in de kernwaarden partijdigheid, onafhankelijkheid, deskundigheid, vertrouwelijkheid, integriteit en publieke verantwoordelijkheid voor de goede rechtsbedeling.5 De commissie adviseerde deze kernwaarden in de wet op te nemen. Dit advies werd door de regering overgenomen en zo kregen uiteindelijk de kernwaarden, behoudens de kernwaarde ‘publieke verantwoordelijkheid voor de goede rechtsbedeling’ waarover nader in hoofdstuk 9, een wettelijke status.