RO 2010/59
Enquêterecht. Is sprake van gegronde redenen tot twijfelen aan juist beleid wanneer een impasse is ontstaan tussen het bestuur en de Raad van Toezicht enerzijds en de medezeggenschapsorganen anderzijds? (Centrale Cliëntenraad Stichting Sherpa/Stichting Sherpa)
Hof Amsterdam 20-05-2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BM9903 (Centrale cliëntenraad stichting Sherpa)
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
20 mei 2010
- Magistraten
Mrs. A.C. Faber, P.F. Goes, J.H.M. Willems, E.R. Bunt, drs. G. Izeboud RA
- Zaaknummer
200.063.576 OK
- LJN
BM9903
- Roepnaam
Centrale cliëntenraad stichting Sherpa
- JCDI
JCDI:ADS874706:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2010:BM9903, Uitspraak, Hof Amsterdam, 20‑05‑2010
- Wetingang
BW art. 2:345 e.v.; Uitvoeringsbesluit Wtzi art. 6.2
Essentie
Enquêterecht.
Is sprake van gegronde redenen tot twijfelen aan juist beleid wanneer een impasse is ontstaan tussen het bestuur en de Raad van Toezicht enerzijds en de medezeggenschapsorganen anderzijds?
Samenvatting
De centrale cliëntenraad (CCR) en centrale vertegenwoordigingsraad (CVR) van stichting Sherpa hebben een enquêteverzoek ingediend. De ondernemingsraad (OR) heeft zich gevoegd als belanghebbende. Naar het oordeel van de medezeggenschapsorganen is er een impasse ontstaan in de besluitvorming van de stichting, nu onder meer de medezeggenschapsorganen het vertrouwen hebben opgezegd in de Raad van Toezicht en ondanks bezwaren van de CCR en CVR twee interim-bestuurders zijn benoemd. Bovendien zijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.