Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/5.1.3.b
5.1.3.b Formele territorialiteit in de common law-wereld
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS461627:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Daarbij zij opgemerkt dat de Europees-continentale gedachtewereld voor dit onderwerp richtinggevend is geweest: de toonaangevende verdragen (zoals het Verdrag van Parijs, de Berner Conventie, en het EEXVerdrag), alsmede de interpretatie van die verdragen in de loop der tijd, zijn grotendeels producten van Europees-continentaal (met name Frans en Duits) rechtsdenken.
Zie onder meer High Court of Justice (Chancery Division) 22 februari 1895, [1895] 1 Ch. 534; DdA 1895, p. 125-126 (Morocco Bound Syndicate/Harris); High Court of Australia 20 maart 1906, [1906] HCA88; 3 CLR 479 (Potter/Broken Hill); High Court of Australia 6 juni 1961, [1961] HCA 33; 105 CLR 440 (Norbert Steinhardt/Meth); High Court of Justice (Chancery Division) 22 april 1986, [1986] RPC 273 (Def Lepp Music/Stuart-Brown); Outer House (Schotland) 13 december 1988, 1989 SLT 561 (James Burrough/Speymalt Whisky); High Court of Justice (Chancery Division) 2 februari 1990, [1990] RPC 185 (Tyburn/Doyle); Court of Appeal Londen 27 juni 1991, [1992] RPC 21 (Mtilnlycke/Procter & Gamble); vgl. ook High Court of Justice (Chancery Division) 9 december 1994, [1995] RPC 438 (Plastus Kreativ/Minnesota Mining and Manufacturing).
Wadlow 1998, p. 322-323.
Wadlow 1998, p. 326.
House of Lords 8 september 1893, [1893] AC 602 (British South Africa Company/Companhia de Mogambique); zie ook House of Lords 6 juli 1978, [1979] AC 508 (Hesperides Hotels/Aegean Turkish Holidays).
Wadlow 1998, p. 344.
In zijn klassieke vorm luidt de regel: 'Subject to the exceptions hereinafter mentioned, the court has no jurisdiction to entertain an action for (1) the determination of the title to, or the right to possession of, any immovable situate out of England; or (2) the recovery of damages for trespass to such immovable.', zie Wadlow 1998, p. 323-324. De regel is gedeeltelijk afgeschaft door section 30 van de Civil Jurisdiction and Judgments Act 1982.
Exchequer Chamber 23 juni 1870, (1870-71) LR 6 Q.B. 1 (Phillips/Eyre). Verder ontwikkeld in met name House of Lords 25 juni 1969, [1971] AC 356 (Chaplin/Boys); en Privy Council 18 juli 1994, [1995] 1 AC 190 (Red Sea Insurance/Bouygues).
Wadlow 1998, p. 325; Cornish 1996, p. 287.
Tegelijkertijd maakte de regel inbreuk op de materiële-territorialiteitsgedachte, omdat op een daad buiten het eigen territoir (grotendeels) de lex fori wordt toegepast. Cornish 1996, p. 287 merkt daarover op: 'The former British approach, which led to English courts applying English law to the foreign torts may have run counter to the instinctive expectation that a person will be governed by general civil liabilities of the territory where an alleged wrong is committed. When first devised in the 1860s, moreover, it bore some aura of imperial superiority which was perhaps appropriate to a world with few legai systems of real sophistication.'
Vgl. ook Wadlow 1998, p. 326 en p. 378. Zie bijvoorbeeld High Court of Australia 6 juni 1961, [1961] HCA33; 105 CLR 440 (Norbert Steinhardt/Meth), waarin werd geoordeeld dat aan de voorwaarden van Phillips/Eyre niet is voldaan, want: 'There can, in truth, be no such thing as an infringement in England of an Australian patent'.
Cornish 1996, 288.
Wadlow 1998, p. 321, en p. 358.
Dat geldt, zo hebben wij gezien, evenwel slechts voor wat betreft het eindresultaat. Want duidelijk is dat de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling, voor zover die nog werd onderkend, niet meer goed werd begrepen, zeker niet in zijn formeel-territoriale aspect. Vgl. bijvoorbeeld Court of Appeal Londen 27 oktober 1997, [1998] FSR 222; BIE 1998, nr. 7 m.nt. Brinkhof (Fort Dodge/Akzo Nobel); alsook High Court of Justice (Chancery Division) 7 maart 1997, [1997] FSR 641; GRUR Int. 1998, p. 317-322 (Pearce/Ove Arup); in hoger beroep Court of Appeal Londen 21 januari 1999, [1999] FSR 525; GRUR Int. 1999, p. 787-791 (Pearce/Ove Arup).
Hier werd de formeel-territoriale regel (`double actionability rule') dus niet verward met bevoegdheidsregels (zie alinea's 563 e.v. hiervoor), maar werd deze regel buiten toepassing gelaten op grond van prevalerend conventioneel bevoegdheidsrecht. De verwarring met bevoegdheidsregels lijkt in de common law-wereld minder wortel te hebben geschoten.
High Court of Justice (Chancery Division) 7 maart 1997, [1997] FSR 641; GRUR Int. 1998, p. 317-322 (Pearce/ Ove Arup). Met Rule 203 wordt gedoeld op de 'double actionability rule' volgens de nummering van Dicey & Morris, Conflict of Laws in de twaalfde druk (1993). Vervolgens stelde Lloyd J. zich de vraag naar het toepasselijke recht. Dat was naar zijn oordeel 'presumably' de lex loci protectionis (Nederlands recht), maar '(...) there is no allegation of any particular proposition of Dutch copyright law diverse from English law by reference to which the merits are to be tested, nor any evidence of that law. I must therefore proceed on the basis that, for present purposes, there is no relevant difference between Dutch and English law and I do not have to decide which applies.'
High Court ofJustice (Chancery Division) 26 maart 1997, [1997] FSR 660; GRUR Int. 1998, p. 314-317 (Coin Controls/Suzo). In die beslissing werd vervolgens geoordeeld dat, kort gezegd, wanneer inbreuk en geldigheid van industriële-eigendomsrechten beide aan de orde zijn (zoals dikwijls het geval is), het forum registrationis exclusief bevoegd is ten aanzien van beide kwesties op grond van art. 16 lid 4 jo. 19 EEX-Verdrag (zodat via het conventionele bevoegdheidsrecht hetzelfde effect van afzijdigheid wordt bereikt als via oude common lawregels). Zie ook Court of Appeal Londen 27 oktober 1997, [1998] FSR 222; BIE 1998, nr. 7 m.nt. Brinkhof (Fort Dodge/Akzo Nobel). Dat oordeel is onjuist in het licht van het GAT/LuK-arrest van het Hof van Justitie EG, dat is besproken in noot 302 van dit hoofdstuk 5.
Court of Appeal Londen 21 januari 1999, [1999] FSR 525; GRUR Int. 1999, p. 787-791 (Pearce/Ove Arup).
In Federal Court of Australia (Full Court) 19 december 2008, [2008] FCAFC 194 (TS Production/Drew Pictures) wordt door Finkelstein J. in no. 16 overwogen dat de Court of Appeal in de zaak Pearce/Ove Arup de 'Moçambique rule' niet van toepassing acht op inbreukacties, maar wel op `actions involving the title to intellectual property'.
Het hof achtte de vraag 'whether the rules of English private international law derived from the Mogambique case and Phillips v Eyre are in conflict with, and so must yield to, the basic principle, embodied in Article 2 of the Brussels Convention' geen vraag van gemeenschapsrecht of van uitleg van het EEX-Verdrag, 'In our view it is properly to be regarded as a question which tams on the policy underlying the relevant rules of English private international law.' Niettemin heeft men zich afgevraagd wat de waarde van de uitspraak in de common law-wereld is, en of zij moet worden gezien 'against the background of (...) the nascent federalism which is developing from the structure of the European Union' (Gummow 2000, p. 5).
Section 10, met ingang van 1 mei 1996. Zie ook Dicey, Morris & Collins 2006, p. 1907, nr. 35-028 e.v.
574. Formele territorialiteit in common law-wereld. Ten slotte moet nog worden stilgestaan bij de common law-wereld, waar het conflictenrecht duidelijk minder sterk in de Savigniaanse traditie staat.1 Ook in het common law-denken wordt de formele-territorialiteitscomponent van de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling niet meer onderkend. Maar de formele-territorialiteitsgedachte heeft lang stand weten te houden; zij is pas vrij recentelijk — en langs een andere weg dan in continentaal Europa — verdwenen. Dit wordt in deze paragraaf onderzocht.
575. Duidelijk is dat de common law-rechter zich tot het eind van de twintigste eeuw heeft onthouden van oordelen over buitenlandse intellectuele-eigendomsrechten — zowel wat betreft het auteursrecht als wat betreft de industriële-eigendomsrechten.2 Maar de gronden waarop die terughoudendheid werd gebaseerd, zijn niet altijd duidelijk en evenmin eenduidig. De rechtspraak is op dit punt noch overvloedig noch helder. Wadlow constateert: "The absence of cases may (...) have been the result of nothing more than conservatism, lack of imagination or a long-standing misconception of the law."3 Men beoogde simpelweg "total judicial abstention from adjudicating on alleged infringements of foreign intellectual property, and it was of secondary importance how this was achieved(…).”4
576. Met name twee redeneringen komen uit de rechtspraak naar voren.
577. Redenering 1: Moçambique tule. De eerste is gebaseerd op de zogeheten 'Moçambique rule'.5 Deze regel is een uiting van de doctrine dat "courts will not entertain actions which would involve investigating the acts of foreign sovereign states."6 Zij komt er kort gezegd op neer dat de Engelse rechter geen rechtsmacht heeft om te oordelen over vorderingen terzake van onroerend goed in den vreemde.7 Deze regel is ook toegepast in intellectuele-eigendomszaken: vorderingen ten aanzien van vreemde intellectuele-eigendomsrechten werden dan, net als vorderingen ten aanzien van vreemd onroerend goed, gekwalificeerd als local' , zodat de rechter daarover niet mag oordelen.
578. Redenering 2: double actionability rule. In de heersende mening kwam men evenwel niet altijd aan deze redenering toe, omdat zaken over vreemde intellectuele-eigendomsrechten al bij voorbaat vastliepen op de tweede redenering. Deze tweede redenering was conflictenrechtelijk van aard. Zij was gebaseerd op de zogenoemde 'double actionability rule', welke regel teruggaat tot de oude uitspraakPhillips/Eyre.8 Daarin was beslist:
"As a general rule, in order to found a suit in England for a wrong alleged to have been committed abroad, two conditions must be fulfilled. First, the wrong must be of such a character that it would have been actionable if committed in England (...). Secondly, the act must not have been justifiable by the law of the place where it was done."
579. Zo droeg de uitspraak-Phillips/Eyre op tot een cumulatieve toepassing van de lex fori (Engels recht) en de lex loci delicti. Maar daarbij was geen sprake van gelijkwaardigheid: het kwam er eigenlijk op neer dat de lex fori werd toegepast, en dat voor de lex loci delicti een bijrol was weggelegd.9 Aldus bezien kan de `double actionability rule' van Phillips/Eyre worden gekenschetst als een uiting van de formele-territorialiteitsleer.10 Hoe dan ook, indien niet was voldaan aan de `double actionability test', onthield de Engelse rechter zich van een oordeel ("the claim is bound to fail").
580. Men voelde echter wel aan dat toepassing van de 'double actionability rule' in intellectuele-eigendomszaken problematisch zou zijn. Het resultaat zou immers zijn dat bijvoorbeeld een inbreuk in Frankrijk grotendeels naar Engelse recht zou worden beoordeeld — en dat wilde men vermijden. Als uitweg werd daarom een redenering gebruikt waardoor de regel tegen zichzelf werd gekeerd. Zij kwam er op neer dat aan de eerste voorwaarde van de 'double actionability rule' ("the wrong must be of such a character that it would have been actionable if committed in England") nooit kan worden voldaan, omdat men nooit in Engeland een buitenlands intellectuele-eigendomsrecht kan schenden.11 "Slithery logic", aldus Cornish.12 Het is met name dit conflictenrechtelijke beletsel geweest — een beletsel dat als gezegd kan worden opgevat als een uiting van de oude formele-territorialiteitsleer —, dat tot voor kort heeft verhinderd dat de common law-rechter oordeelde over vreemde intellectuele-eigendomsrechten.13
581. Zo kwam de common law-benadering in haar eindresultaat lange tijd overeen met de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling (het formele-territorialiteitsbeginsel). In die beperkte zin stond de traditionalistische common lawwereld dichter bij de oorspronkelijke betekenis van het beginsel van nationale behandeling dan continentaal Europa.14
582. Formele territorialiteit afgebrokkeld. Deze positie is aan het eind van de twintigste eeuw aan verandering onderhevig geraakt. In eerste instantie werd het EEX-Verdrag daarvoor als breekijzer gebruikt. Anno 1997 oordeelde Lloyd J. in de zaak Pearce/Ove Arup kort gezegd dat zowel de 'Moçambique rule' als de `double actionability rule' afbreuk doen aan het nuttig effect van het EEX-Verdrag en dat zij daarom voor dit verdrag moeten wijken. De Engelse rechter kon daarom een oordeel geven over een auteursrecht-inbreuk in Nederland.15 Lloyd J. overwoog:
"My conclusion on this point is that the Convention does require an English court to accept jurisdiction where an action is brought against an English domiciled Defendant (with or without other Defendants) for breach of a Dutch copyright, and to hear that action on the merits, and thus overrides, so far as is necessary for that purpose, both Rule 203 and the Moçambique rule, even though neither of them is a rule as to jurisdiction. Each of them, to the extent that they would preclude the English court from hearing such an action, would in my judgment impair the effectiveness of the Convention by frustrating the operation of the basic rule in article 2, and must therefore give way in order to allow the jurisdictional tules of the Convention to have their proper effect."16
583. Dit oordeel werd kort daarop overgenomen voor het industriële-eigendomsrecht.17 In hoger beroep koos de Court of Appeal in de Pearce/Ove Arup-zaak echter voor een andere benadering.18 Het hof zocht de oplossing in het Engelse internationaal privaatrecht zelf, en kwam daarbij tot de conclusie dat noch de 'Moçambique rule' noch de 'double actionability rule' meebrengt dat de Engelse rechter zich moet onthouden van een oordeel over een vordering terzake van auteursrecht-inbreuk in Nederland.19 Ook het hof zag zich dus niet (meer) gebonden aan formele territorialiteit, maar het achtte het EEX-Verdrag daarvoor kennelijk niet relevant.20
584. Ook in andere opzichten brokkelde de formele-territorialiteitsgedachte in de common law-wereld af. Zo is de 'double actionability rule' voor het Verenigd Koninkrijk afgeschaft door de Private International Law (Miscellaneous Provisions) Act 1995.21 En ook in andere common law-landen is de 'double actionability rule' op zijn retour.22
585. Conclusie. Al met al is formele territorialiteit ook in het common law-conflictenrecht tegenwoordig een achterhaald concept. En zo zijn de common lawdenkwereld en de Europees-continentale denkwereld elkaar weer genaderd waar zij beide, ieder op zijn eigen wijze, de formele territorialiteit in het intellectuele-eigendomsrecht hebben afgelegd. Wat in beide denkwerelden resteert is materiële territorialiteit: de lex loci protectionis-conflictregel.