NJ 1950/618
Verbeurdverklaring bij opzettelijk gepleegde misdrijven. Tabak waarmede de in artt. 50 j°. 74 Tabakswet genoemde misdrijven zijn gepleegd.
HR 25-04-1950, ECLI:NL:HR:1950:273, m.nt. Prof. Mr. B.V.A. Röling
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 april 1950
- Magistraten
Mrs Fick, Feber, Rombach, Vrij, van Berckel
- Zaaknummer
[25041950/NJ_1950-618]
- Conclusie
Jhr. Mr. Dr. Van Asch van Wijck
- Noot
Prof. Mr. B.V.A. Röling
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS166166:1
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Bijzondere onderwerpen
Agrarisch recht (V)
Materieel strafrecht (V)
Ondernemingsrecht / Economische ordening
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1950:273, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑04‑1950
- Wetingang
(Sr art. 33; Tabakswet 1921 art. 74.)
Essentie
Verbeurdverklaring bij opzettelijk gepleegde misdrijven. Tabak waarmede de in artt. 50 j°. 74 Tabakswet genoemde misdrijven zijn gepleegd.
Samenvatting
Krachtens de algemene strafbedreiging van art. 33, 1e lid Sr. kan verbeurdverklaring onder meer van de aan veroordeelde toebehorende voorwerpen, waarmede de in artt. 50 j°. 74 Tabakswet genoemde misdrijven zijn gepleegd, worden uitgesproken, waarbij als voorwaarde slechts is gesteld dat die misdrijven opzettelijk zijn gepleegd en niet, zoals het Hof ten onrechte heeft geoordeeld, dat opzet tot de wettelijke bestanddelen van de misdrijven behoort.
Uitspraak
[p. 1027 ►]
Op de beroepen van 1°. den Rijksadvocaat te ‘s-Gravenhage, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.