RBP 2019/65
Voeging en tussenkomst. Brengt een redelijke uitleg van art. 140 lid 3 Rv mee dat een vonnis ten opzichte van een niet-verschenen gedaagde als op tegenspraak gewezen heeft te gelden indien de derde die zich aan de zijde van die gedaagde heeft gevoegd in de procedure is verschenen?
HR 24-05-2019, ECLI:NL:HR:2019:791
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 mei 2019
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
18/00250
- Conclusie
A-G mr. E.M. Wesseling-van Gent
- JCDI
JCDI:ADS79735:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:791, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑05‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:249, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 08‑03‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑01‑2018
- Wetingang
Essentie
Voeging en tussenkomst. Vonnis op tegenspraak.
Brengt een redelijke uitleg van art. 140 lid 3 Rv mee dat een vonnis ten opzichte van een niet-verschenen gedaagde als op tegenspraak gewezen heeft te gelden indien de derde die zich aan de zijde van die gedaagde heeft gevoegd in de procedure is verschenen?
Samenvatting
De huurder en zijn moeder hebben met verhuurders een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot een chalet. De moeder heeft het chalet bewoond. De verhuurders hebben de huurder in kort geding gedagvaard en (onder meer) gevorderd hem te veroordelen het chalet te ontruimen. De moeder ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.