Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/6.1.3:6.1.3 Conclusie
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/6.1.3
6.1.3 Conclusie
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS305855:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
209.
Het meer of anders toewijzen dan gevorderd en/of het zich ambtshalve inlaten met de inzet van een civielrechtelijke (vernietigings)procedure verdraagt zich niet met de aan artikel 23 Rv ten grondslag liggende uitgangspunten. Deze uitgangspunten vloeien voort uit artikel 6 EVRM en worden ook door de EU geëerbiedigd. Immers, het meer of anders toewijzen dan gevorderd respectievelijk het ambtshalve bepalen van de inzet van een procedure schuurt met het beginsel van hoor en wederhoor en het onpartijdigheidsbeginsel. De uitkomst in het Asturcom-arrest lijkt mij dan ook zeer verdedigbaar, maar de daaraan ten grondslag gelegde redenen roepen vragen op. Waarom hoeft de rechter de passiviteit van een consument niet volledig weg te nemen om hem te verzekeren van zijn aan het EU-recht te ontlenen rechten, terwijl juist het gevaar van passiviteit in de eerdere uitspraken van het HvJ EU de reden was waarom de rechter voor de consument in bres moest springen. Mijns inziens kan de uitkomst in het Asturcom-arrest worden verklaard vanuit de aan artikel 6 EVRM ontleende beginselen van hoor en wederhoor en van onpartijdigheid van de rechter. Het is niettemin vreemd dat het HvJ EU niet naar deze beginselen verwees om de uitkomst in het Asturcom-arrest te verklaren.