RF 2022/59
Mocht de bank een BKR-registratie uitvoeren nadat zij de restschuld had kwijtgescholden?
Hof Amsterdam 05-04-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1017
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
5 april 2022
- Magistraten
Mrs. T.S. Pieters, I.A. Haanappel-van der Burg, A.C.M. Kuyper
- Zaaknummer
200.292.178/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS659803:1
- Vakgebied(en)
Financiële planning / Financiering
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2022:1017, Uitspraak, Hof Amsterdam, 05‑04‑2022
- Wetingang
Essentie
BKR-registratie. Verwerking persoonsgegevens.
Mocht de bank een BKR-registratie uitvoeren nadat zij een restschuld had kwijtgescholden? Is voor een BKR-registratie van belang of een schuld al dan niet verwijtbaar is ontstaan? Heeft Rabobank terecht een code 3 in het CKI van het BKR geregistreerd?
Samenvatting
Ondernemer X heeft meerdere in afzonderlijke vennootschappen ondergebrachte ondernemingen gehad. Deze waren gefinancierd bij Rabobank (de bank). X stond voor een deel van het gefinancierde bedrag borg en had in privé ook financieringen bij de bank ten behoeve van zijn twee woningen. De bank heeft de financieringen opgezegd. De rechtmatigheid van de opzeggingen is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.