NJ 2010/345
Huiselijk geweld. Criteria aan de hand waarvan moet worden beoordeeld of een Staat strafrechtelijk moet optreden ondanks het intrekken of het ontbreken van een aangifte van het slachtoffer. Het uitgeoefende geweld is gebaseerd op geslacht en is een vorm van vrouwendiscriminatie. Inbreuken op van art. 2, 3 en 14 EVRM.
EHRM 09-06-2009, ECLI:NL:XX:2009:BJ7514, m.nt. E.A. Alkema
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
9 juni 2009
- Magistraten
Josep Casadevall, Elisabet Fura-Sandström, Corneliu Bîrsan, Alvina Gyulumyan, Egbert Myjer, Ineta Ziemele, Işıl Karakaş
- Zaaknummer
33401/02
- Noot
E.A. Alkema
- LJN
BJ7514
- JCDI
JCDI:ADS127176:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Discriminatieverbod
Europees belastingrecht / Discriminatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:XX:2009:BJ7514, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 09‑06‑2009
- Wetingang
Essentie
Huiselijk geweld. Criteria aan de hand waarvan moet worden beoordeeld of een Staat strafrechtelijk moet optreden ondanks het intrekken of het ontbreken van een aangifte van het slachtoffer. Het uitgeoefende geweld is gebaseerd op geslacht en is een vorm van vrouwendiscriminatie. Inbreuken op van art. 2, 3 en 14 EVRM.
Samenvatting
Verzoeksters echtgenoot heeft verzoekster regelmatig mishandeld, heeft verzoekster neergestoken, is met zijn auto ingereden op verzoekster en haar moeder en heeft haar moeder doodgeschoten. Het Hof stelt een inbreuk op art. 2 EVRM vast omdat de Staat tekort is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.