Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/8.3.1:8.3.1 Gerecht van een EG-lidstaat c.q. verdragsluitende staat
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/8.3.1
8.3.1 Gerecht van een EG-lidstaat c.q. verdragsluitende staat
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS420502:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a-507.
Bijv. art. 339 lid 4 Deens Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
P. Fogh, Submission to Jurisdiction, International Litigation News, February 1994, p. 9 behandelt een andersluidende uitspraak van de Vestre Landsret' . Vgl. ook art. 504 ZPO.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is een logische eis dat het moet gaan om een gerecht van een EG-lidstaat (art. 24 EEX-V°) c.q. verdragsluitende (art. 18 Verdrag) staat.1 Een uitbreiding van de werking tot niet EG lidstaten of verdragsluitende staten is niet mogelijk. Voor het geografische geldingsbereik van EEX-V°Nerdrag verwijs ik naar par. 7.2.6. Een Nederlandse rechter zal in beginsel steeds art. 24 EEX-V° /18 EEX toepassen, maar is gehouden tot ambtshalve onderzoek op grond van art. 67 en 71 EEX-V°/57 Verdrag en (vaak) de bijzondere verdragen (bijv. CMR). De Antilliaanse rechter (met uitzondering van de Arubaanse) zal art. 102 NARv toepassen op een stilzwijgende forumkeuze, omdat EEX-V°Nerdrag niet van toepassing is op de Nederlandse Antillen (met uitzondering van het EEX voor Aruba).2
Voorts zal het gerecht ambtshalve zijn bevoegdheid moeten toetsen aan art. 22 EEX-V°/16 Verdrag op grond van het bepaalde in art. 25 EEX-V°/19 Verdrag. Voor de verhouding van art. 24 EEX-V°/18 EEX tot art. 18 EVEX verwijs ik naar par. 8.6. Hieruit blijkt ook de gelijkenis tussen art. 23 c.q. 17 en 24 c.q. 18 EEX-V°/ Verdrag. Volgens art. 23 EEX-V°/17 Verdrag moet het gerecht of de gerechten van een EG-lidstaat respectievelijk verdragssluitende staat zijn aangewezen. In art. 24 EEX-V°/18 Verdrag dient de stilzwijgende forumkeuze ten gunste van een gerecht van een EG-lidstaat respectievelijk verdragsluitende staat te zijn gemaakt.
Het gerecht heeft geen verplichting om de verweerder ambtshalve te wijzen op de gevolgen van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag. Indien het gerecht zo'n verplichting naar nationaal recht heeft,3 mag deze verplichting niet het nuttig effect van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag ontnemen of hiertegen indruisen. Zo mag de rechter in hoger beroep niet concluderen dat de rechter in eerste aanleg de verweerder niet of te laat op de gevolgen van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag heeft gewezen en vervolgens alsnog gevolg geven aan een (te late) exceptie van onbevoegdheid. Anders zou het gerecht art. 24 EEX-V°/18 Verdrag schenden,4 omdat dat artikel deze verplichting niet kent. Ook andere voorwaarden van nationaal recht die gevolgen hebben voor de bevoegdheid op grond van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag mag het nationale recht niet stellen.