V-N 2025/29.12
Belanghebbende moet de mogelijkheid hebben te reageren op een definitief standpunt of op een definitief element van de naheffingsaanslag
HR 13-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:903, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 juni 2025
- Magistraten
Van Hilten, Punt, Fierstra
- Zaaknummer
23/04071
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD14743:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Europees belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:903, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑06‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑06‑2025
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de inspecteur het EU-rechtelijke verdedigingsbeginsel heeft geschonden en vernietigt de BTW-naheffingsaanslag. Volgens de Hoge Raad heeft de inspecteur X BV namelijk niet tijdig en expliciet van de voorgenomen naheffingsaanslag op de hoogte gesteld.
Samenvatting
X BV drijft een onderneming op het gebied van reclame en marketing met betrekking tot kansspelen. Deze kansspelen worden georganiseerd en verzorgd door twee gelieerde Zwitserse vennootschappen. Naar aanleiding van een in 2005 gestart boekenonderzoek legt de inspecteur een BTW-naheffingsaanslag van € 12,4 mln. op aan X BV. Na een eerste cassatieronde (HR 10 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1849, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.