NJB 2016/155
Vervolging en vertrouwensbeginsel: Openbaar Ministerie ontvankelijk in vervolging ondanks vrijspraak van het strafbaar feit waarmee de verdachte de sepotvoorwaarde zou hebben geschonden. A-G: anders
HR 22-12-2015, ECLI:NL:HR:2015:3639
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
22 december 2015
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, H.A.G. Splinter-van Kan, Y. Buruma, A.L.J. van Strien, E.F. Faase
- Zaaknummer
14/05473
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:3639, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 22‑12‑2015
Beroepschrift, Hoge Raad, 22‑12‑2015
ECLI:NL:PHR:2015:2431, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 22‑09‑2015
- Wetingang
(Sv art. 267)
Essentie
Vervolging en vertrouwensbeginsel: Openbaar Ministerie ontvankelijk in vervolging ondanks vrijspraak van het strafbaar feit waarmee de verdachte de sepotvoorwaarde zou hebben geschonden. A-G: anders
Uitspraak
Inleiding:
In deze zaak gaat het om twee middelen die de klacht bevatten dat het hof het Openbaar Ministerie ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard in de vervolging van het in de zaak met parketnummer 16-172726-12 tenlastegelegde feit. In die zaak is – kort gezegd – bewezenverklaard dat ‘hij op 14 augustus 2012 te Utrecht opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer], aan haar haren heeft getrokken heeft getrokken, waardoor deze letsel pijn heeft ondervonden’. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.