BNB 2025/67
Gebruik van strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs in belastingzaken. Zozeer-indruistcriterium
HR 31-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:154, m.nt. G.J.M.E. de Bont
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
31 januari 2025
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Van der Voort Maarschalk, Kuiper
- Zaaknummer
22/04816
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
G.J.M.E. de Bont
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD10449:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:154, Uitspraak, Hoge Raad, 31‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2023:1076, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑11‑2023
- Wetingang
Essentie
Gebruik van strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs in belastingzaken. Zozeer-indruistcriterium
Samenvatting
Bij een doorzoeking van belanghebbendes woning in verband met een strafrechtelijk onderzoek is een schenkingsakte in beslag genomen. Daaruit blijkt dat belanghebbende aandelen in een aantal vennootschappen heeft verkregen. Strafrechtelijk is sprake van onrechtmatig verkregen bewijs. Naar aanleiding van een informatieverzoek aan het Openbaar Ministerie heeft de Inspecteur de beschikking gekregen over de schenkingsakte. Belanghebbende heeft in zijn aangifte IB/PVV geen inkomsten vermeld in verband met de aandelen. De Inspecteur heeft belanghebbende hierover om informatie verzocht en vervolgens een informatiebeschikking gegeven. Voor het Hof was in geschil of de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.