Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/14.2.2:14.2.2 Hoge Raad
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/14.2.2
14.2.2 Hoge Raad
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS488429:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 31 oktober 1997, NJ 1998,97.
Zie hierover bijvoorbeeld Snijders/Rank-Berenschot 2001, p. 34.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het recente verleden is vooral rechtspraak verschenen over de vraag wanneer gebouwen en werken als onroerend moeten worden aangemerkt.
De Hoge Raad heeft in het bekende Portacabin arrest1 met betrekking tot deze vraag het volgende uitgemaakt:
Een gebouw is duurzaam met de grond verenigd in de zin van art. 3:3, indien het naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven.
Niet van belang is dat technisch de mogelijkheid bestaat om het bouwsel te verplaatsen.
Bij beantwoording van de vraag of een gebouw of een werk bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven moet worden gelet op de bedoeling van de bouwer voor zover deze naar buiten kenbaar is. Onder de bouwer moet hier mede worden verstaan degene in wiens opdracht het bouwwerk wordt aangebracht.
De bestemming van een gebouw of een werk om duurzaam ter plaatse te blijven, dient naar buiten kenbaar te zijn. Dit vereiste vloeit voort uit het belang dat de zakenrechtelijke verhoudingen voor derden kenbaar dienen te zijn.
De verkeersopvattingen kunnen – anders dan voor de vraag of iets bestanddeel van een zaak is in de zin van art. 3:4 – niet worden gebezigd als een zelfstandige maatstaf voor de beoordeling van de vraag of een zaak roerend of onroerend is. Zij kunnen echter wel in aanmerking worden genomen in de gevallen waarin bij de beantwoording van die vraag onzekerheid blijkt te bestaan of een object kan worden beschouwd als duurzaam met de grond verenigd, en voor de toepassing van die maatstaf nader moet worden bepaald wat in een gegeven geval als ‘duurzaam’, onderscheidenlijk ‘verenigd’ en in verband daarmee als ‘bestemming’ en als ‘naar buiten kenbaar’ heeft te gelden.2