NJ 2025/224
Ondernemingsrecht. Uittreding uit maatschap; verhaalsaansprakelijkheid vergoeding aan uitgetreden vennoot; zaakschuld.
HR 18-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1174
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juli 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, K. Teuben
- Zaaknummer
24/03463
- Conclusie
A-G mr. T. Hartlief
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD24103:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Gemeenschap
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1174, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:588, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 23‑05‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑09‑2024
- Wetingang
Art. 3:192 BW
Essentie
Ondernemingsrecht. Uittreding uit maatschap; verhaalsaansprakelijkheid vergoeding aan uitgetreden vennoot; zaakschuld.
Samenvatting
Als uitgangspunt geldt dat het bedrag dat aan een uitgetreden vennoot moet worden uitgekeerd, behoudens andersluidende afspraak, te beschouwen is als een zaakschuld, waarvoor de uitgetreden vennoot verhaal kan nemen op het afgescheiden vermogen van de maatschap. Dat art. 3:192 BW ingevolge art. 3:189 lid 1 BW niet rechtstreeks van toepassing is op de maatschap zolang zij niet is ontbonden, brengt niet iets anders mee.
Partij(en)
- 1.
de [maatschap 1],
- 2.
de [maatschap 2],
eiseressen tot cassatie, hierna gezamenlijk: de maatschappen, adv.: mr. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.