Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/5.5.2
5.5.2 De mogelijkheid van grensoverschrijdende zetelverplaatsing
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS370601:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Rijkswet van 9 maart 1967, houdende bijzondere voorzieningen aangaande de plaats van vestiging van naamloze vennootschappen en andere rechtspersonen (Rijkswet vrijwillige zetelverplaatsing van rechtspersonen (Stb. 1967, 161).
Rijkswet van 9 maart 1967, houdende bijzondere maatregelen van overheidswege aangaande de plaats van vestiging van rechtspersonen en instellingen (Rijkswet zetelverplaatsing door de overheid van rechtspersonen en instellingen (Stb. 1967, 162).
Niet alleen vanuit Nederland, overigens. Binnen het Koninkrijk kunnen rechtspersonen worden verplaatst, zodat onder meer ook rechtspersonen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten naar Nederland zouden kunnen worden verplaatst.
Wet van 13 oktober 1994, Stb. 1994, 800, laatstelijk gewijzigd bij wet van 7 juli 2010, Stb. 2010, 280.
Zie d e algemene bepalingen van de Rijkswet vrijwillige zetelverplaatsing van rechtspersonen (onder 2) en artikel 2 lid 2 van de Wet vrijwillige zetelverplaatsing derde landen. Zie tevens Asser/Kramer & Verhagen 10-III 2015/148 en Verkerk, De BV in de Praktijk, 9.3.4.3 (online, bijgewerkt 29 september 2013). Dit uitgangspunt is overigens in lijn met artikel 10:120 BW.
Zie ook Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/236 en Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013/80.
Artikel 1 lid 7 Rijkswet vrijwillige zetelverplaatsing van rechtspersonen en artikel 3 Wet vrijwillige zetelverplaatsing derde landen.
Zie bijvoorbeeld Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/374, Verbrugh 2014, p. 512-523, Van Eck & Roelofs 2014, p. 74-83 en Van Olffen 2014, p. 57-80. Anders: Schmieman 2012, p. 90-124 onder verwijzing naar Van Boxel & Rensen 2012. Schutte-Veenstra 2013b, p. 644 benadrukt dat vennootschappen aan de jurisprudentie van het Hof geen onvoorwaardelijk recht op een grensoverschrijdende omzetting kunnen ontlenen.
HvJ EG 16 december 2008, C-210/06 (Cartesio).
HvJ EU 12 juli 2012, C-378/10 (VALE Építési kft).
De gevolgen van grensoverschrijdende zetelverplaatsing worden weliswaar in algemene zin bepaald door artikel 10:120 BW, de Nederlandse wetgeving voorziet op dit moment maar zeer beperkt in de mogelijkheid van ‘grensoverschrijdende zetelverplaatsing’. De Rijkswet Vrijwillige Zetelverplaatsing van rechtspersonen1 en de daarmee corresponderende Rijkswet Zetelverplaatsing door de overheid van rechtspersonen en instellingen2, voorzien in de mogelijkheid van zetelverplaatsing vanuit Nederland naar Aruba, Curaçao en Sint Maarten onder buitengewone omstandigheden.3Artikel 1 lid 1 van de Wet vrijwillige zetelverplaatsing derde landen4 bepaalt dat NV’s, BV’s coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen de zetel van de rechtspersoon kunnen verplaatsen naar een plaats buiten het Koninkrijk der Nederlanden. Een besluit tot zetelverplaatsing treedt echter niet in werking dan in geval van oorlog, onmiddellijk oorlogsgevaar, revolutie of soortgelijke rampzalige omstandigheden, die in de wet als buitengewone omstandigheden worden aangeduid (1 lid 2). Voorgaande regelingen gaan ervan uit dat de zetelverplaatsing leidt tot een wijziging in het op de rechtspersoon toepasselijke recht, zodat van daadwerkelijke omzetting sprake is.5 De Wet vrijwillige zetelverplaatsing derde landen biedt ruimere mogelijkheden voor vrijwillige verplaatsing van de statutaire zetel van NV’s, BV’s, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen in tijden van nood. In artikel 10:120 BW is een regeling gegeven voor zetelverplaatsingen die zich tussen twee buitenlandse staten voordoen. Hoofdregel is het ook naar Nederlands recht erkende voortbestaan van de rechtspersoon bij internationale zetelverplaatsing indien zowel het recht van de staat van de oorspronkelijke zetel als van de nieuwe zetel het voortbestaan van die rechtspersoon erkennen.6 Door zetelverplaatsing naar een ander land wordt de rechtspersoon beheerst door het rechtsstelsel waar de rechtspersoon zijn zetel naartoe heeft verplaatst. Door zetelverplaatsing wordt de rechtspersoon omgezet in een door een ander recht beheerste rechtspersoon. Zetelverplaatsing naar een ander rechtsstelsel van een Nederlandse NV of BV veronderstelt een wijziging van de statuten7 en is voor wat betreft de aandelen daarin een vorm van conversie.
Omdat voorgaande wetten (afgezien van artikel 10:120 BW dat ook op niet- Nederlandse rechtspersonen ziet) slechts worden toegepast in geval van oorlog, onmiddellijk oorlogsgevaar, revolutie of daarmee vergelijkbare buitengewone omstandigheden, zijn de gevolgen van een aantal uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het ‘Hof’) verstrekkend. Inmiddels is de algemene opvatting dat rechtspersonen zich binnen de Europese Economische Ruimte in beginsel kunnen omzetten in een rechtspersoon beheerst door een ander recht.8 De vrijheid van vestiging (49 en 54 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna ‘VwEU’) overstijgt nationale wetgevingen die wel in nationale, maar niet in grensoverschrijdende omzetting van rechtspersonen voorzien. Twee uitspraken van het Hof zijn in het bijzonder bepalend geweest. Sinds het Cartesio-arrest van het Hof9 werd door sommigen de mogelijkheid al onderkend dat het ‘uitreizen’ van Nederland naar een andere staat binnen de EER mogelijk zou zijn. Op 12 juli 2012 heeft het Hof in het VALE-arrest10 antwoord gegeven op prejudiciële vragen inzake grensoverschrijdende omzetting van een rechtspersoon binnen de Europese Unie (‘EU’). Het arrest heeft nieuwe mogelijkheden geopend voor internationale omzettingen. Beide arresten bespreek ik hierna.