Belastingadvies 2012/1.3
Verlies op onzakelijke lening aan deelneming leidt tot verhoging opgeofferd bedrag
HR 25-11-2011, ECLI:NL:PHR:2011:BR4807 (onzakelijkeleningarresten)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 november 2011
- Zaaknummer
10/05161
- LJN
BR4807
- Roepnaam
onzakelijkeleningarresten
- JCDI
JCDI:ADS910373:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2011:BR4807, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑11‑2011
ECLI:NL:PHR:2011:BR4807, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 25‑11‑2011
Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑07‑2011
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑11‑2010
- Wetingang
Art. 13d Wet VPB 1969
Essentie
De Hoge Raad beslist dat een (niet-aftrekbaar) verlies op een onzakelijke lening leidt tot een ophoging van het voor de deelneming opgeofferd bedrag in de zin van art. 13d Wet VPB 1969, omdat het verlies voortvloeit uit een door belanghebbende in haar hoedanigheid van aandeelhouder aanvaard debiteurenrisico. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof en verwijst de zaak.
Samenvatting
Belanghebbende (X BV) oefent een scheepvaartbedrijf uit. X BV heeft in de loop van 1998 een dochtervennootschap A GmbH in Duitsland opgericht. A GmbH exploiteert een horecaonderneming in een pand dat toebehoort aan de echtgenote ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.