Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/11.6.2
11.6.2 Solvabiliteitsbescherming
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS410236:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor bestuurdersaansprakelijkheid vanwege aantasting van de liquiditeit par. 11.7.2 hierna.
Betalingen op aandeelhoudersleningen kwalificeren sinds het MoMiG niet langer als uitkeringen in de zin van § 30 GmbHG en daarom kunnen deze in beginsel geen aanleiding geven tot aansprakelijkheid van bestuurders op grond van § 43 lid 3 GmbHG. Zie Ziemons/Jaeger 2011, nr. 334. Dit kan mijns inziens echter anders liggen, bijvoorbeeld indien de rentevergoeding veel hoger ligt dan de gebruikelijke marktrente.
§ 43 lid 3 GmbHG voorziet kortom in een aansprakelijkheid van bestuurders vanwege ongeoorloofde uitkeringen aan aandeelhouders, met andere woorden: vanwege transacties tussen de vennootschap en haar aandeelhouders die in strijd met § 30 GmbHG resulteren in een vermindering van het eigen vermogen van de vennootschap. De regeling behelst dus een bescherming van de solvabiliteit van de vennootschap. Transacties met aandeelhouders die schade aan de vennootschap toebrengen doordat zij louter haar liquiditeit aantasten, kunnen daarom niet tot aansprakelijkheid op grond van dit artikel leiden.1
Alle in par. 5 besproken transacties met aandeelhouders die een vermogensvermindering van de vennootschap tot gevolg hebben, kunnen aanleiding geven tot aansprakelijkheid van bestuurders op grond van § 43 lid 3 GmbHG: winstuitkeringen, leningen aan aandeelhouders waarvoor de vennootschap geen volwaardige vordering krijgt, de vestiging van zekerheden ten behoeve van verplichtingen van aandeelhouders en transacties tegen niet marktconforme voorwaarden ten gunste van aandeelhouders.2