Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/8.1
8.1 Inleiding
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS415654:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Rapport Catherine Kessedjian, doc. prél. 7, par. 108.
Kropholler, EZPR, p. 319.
AG Slynn voor HvJ EG 24 juni 1981, zaak 150/80, Elefanten Schuh/Jacqmain, Jur. 1981, p. 1693, NJ 1981, 546 en HvJ EG 7 maart 1985, zaak 48/84, Spitzley/Sommer Exploitation, Jur. 1985, p. 798, NJ 1986, 336.
Dit woord ontbreekt in art. 24 EEX-V°.
Indien de verweerder verschijnt en betwist kan derhalve geen sprake zijn van een stilzwijgende forumkeuze; verwarrend hieromtrent: Rb. Rotterdam 21 maart 2002, NIPR 2002, 213.
Ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag, versie 30 oktober 1999, doc. prél 11, p. 6.
Art. 24 EEX-V°/18 Verdrag bepaalt kort gezegd dat een gerecht bevoegd is indien partijen stilzwijgend dit forum kiezen. Een dergelijke stilzwijgende forumkeuze neemt art. 24 EEX-V°/18 Verdrag aan, zodra een verweerder verschijnt zonder de (internationale) bevoegdheid in limine litis te betwisten. Een dergelijke grond voor bevoegdheid komt in veel rechtsstelsels voor.1 Het eerste doel van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag is het uniformeren van een regeling die alle EG lidstaten respectievelijk verdragsluitende staten in hun commune internationaal privaatrecht hebben over `prorogation tacite' 2De verweerder die verschijnt en de bevoegdheid niet in limine litis betwist, aanvaardt daarmee de bevoegdheid van het gerecht. Het tweede doel van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag is een 'rest- ofvangne«unctie' . Indien één van de andere artikelen van EEX-V°Nerdrag niet kan dienen als bevoegdheidsgrond, heeft het gerecht de mogelijkheid met een beroep op art. 24 EEX-V°/18 Verdrag zijn bevoegdheid aan te nemen.3 Art. 24 EEX-V°/18 Verdrag bevordert het vrije verkeer van vonnissen wordt en onderstreept dat door een uniforme regeling met een ruim formeel toepassingsbereik voor stilzwijgende forumkeuze.
Art. 24 EEX-V°/18 Verdrag is een eenvoudiger bepaling dan art. 23 EEX-V°/17 Verdrag, zodat het formele toepassingsbereik gemakkelijker is vast te stellen. Het formele toepassingsbereik van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag kan daarom in korter bestek worden besproken dan het formele toepassingsbereik van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag.
Welke cumulatieve voorwaarden voor het formele toepassingsbereik van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag zijn genoemd?
Er is sprake van een verweerder, die
Verschijnt voor het gerecht van een EG-lidstaat respectievelijk verdragsluitende staat; en
Welke verweerder (of één der partijen?) zijn woonplaats op het grondgebied van een EG-lidstaat respectievelijk verdragsluitende staat heeft.
Art. 24 EEX-V°/18 Verdrag bepaalt bovendien dat de verweerder niet mag verschijnen om uitsluitend4of mede de bevoegdheid te betwisten.5 Deze negatieve voorwaarde bespreek ik eveneens in dit hoofdstuk, omdat deze voorwaarde mede bepaalt of een beroep op art. 24 EEX-V°/18 Verdrag kan worden gedaan. Daardoor bestaat een nauwe samenhang met de voorwaarden in het kader van het formele toepassingsbereik. De tweede negatieve voorwaarde, namelijk dat geen ander gerecht bevoegd mag zijn krachtens art. 22 EEX-V°/16 Verdrag, bespreek ik in par. 16.5, omdat dit onderwerp met name betrekking heeft op de voorrang en het toepassingsbereik van de laatste bepaling.
Deze mogelijke voorwaarden zal ik hierna onderzoeken. Daarbij komt aan de orde of ze gesteld mogen worden en, zo ja, wat de inhoud van deze voorwaarden is. Ik houd in de par. 8.2 tot en met 8.4 de volgorde van (i) tot en met (iii) aan. In par. 8.5 zal ik ingaan op de voorwaarde dat het verschijnen niet tot doel mag hebben de bevoegdheid uitsluitend of mede te betwisten. Vervolgens behandel ik in par. 8.6 de samenloop tussen art. 24 EEX-V°, 18 EEX en 18 EVEX.
Het Haags Forumkeuzeverdrag komt in hoofdstuk 8 niet aan de orde, omdat het Haags Forumkeuzeverdrag geen bepaling over stilzwijgende forumkeuze kent. Dat is opvallend, omdat de ontwerpen voor het Haags Bevoegdheids- en executieverdrag aanvankelijk in art. 5 stilzwijgende forumkeuze als grond voor internationale bevoegdheid aanvaardden.6 Het commune internationaal privaatrecht komt niet aan bod, omdat daarvoor als gevolg van het grote toepassingsbereik van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag geen ruimte is.