Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/74.2.1
74.2.1 Wisselwerking tussen theorie en rechtspraak
prof. mr. C.J. Wolswinkel, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. C.J. Wolswinkel
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
F.J. van Ommeren, Schaarse vergunningen. De verdeling van schaarse vergunningen als onderdeel van het algemene bestuursrecht, Deventer: Kluwer 2004.
De literatuur over schaarse rechten is inmiddels niet meer schaars te noemen. Voor een overzicht van de belangrijkste literatuur tot en met 2016, zie voetnoot 4 van de conclusie van staatsraad advocaat-generaal Widdershoven van 25 mei 2016, ECLI:NL: RVS:2016:1421 (speelautomatenhal Vlaardingen)
Zie reeds A.M. Donner, Nederlands bestuursrecht. Algemeen deel, Alphen aan den Rijn: N. Samson 1953, p. 221: ‘Soms echter doet zich de merkwaardigheid voor, dat niet ieder een vergunning kan krijgen. Er is bijv. maar een bepaald contingent te verdelen en wie komt, nadat dit contingent is uitgeput, vist — hoe onberispelijk zijn geval ook wezen moge — achter het net. […] Het merkwaardige is daar, dat op zichzelf geheel gelijkliggende gevallen niet gelijk worden behandeld en met recht, omdat men nu eenmaal — waar niet is — zijn recht verliest.’
Zie bijv. CBb 19 december 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BC2460, JB 2008/67 (speelautomatenhal Culemborg), met verwijzing naar de ‘beginselen’ van objectiviteit, transparantie en rechtszekerheid.
CBb 10 januari 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BL3125, AB 2010/73, m.nt. I. Sewandono; JB 2010/75, m.nt. C.J. Wolswinkel (zondagavondwinkel Heemstede).
ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927, AB 2016/426, m.nt. C.J. Wolswinkel (speelautomatenhal Vlaardingen).
Zie voor de ontwikkeling hiervan: C.J. Wolswinkel, De verdeling van schaarse publiekrechtelijke rechten. Op zoek naar algemene regels van verdelingsrecht, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2013.
In de bestuursrechtswetenschap kan de aandacht voor de verdelende functie van het bestuursrecht in de afgelopen 25 jaar grofweg worden onderscheiden in drie fasen. Het eerste decennium na inwerkingtreding van de Awb (1994-2004) wordt gekenmerkt door stilte voor de storm, vervolgens brengt een VU-oratie over schaarse vergunningen het water langzaam in beweging (2004-2009),1 waarna een stortvloed aan publicaties over de verdeling van schaarse rechten bestuursrechtelijk Nederland overspoelt in het laatste decennium (2009-2019).2
De bestuursrechtspraak laat een vergelijkbare ontwikkeling zien. Hoewel schaarse rechten zeker geen nieuw verschijnsel vormen,3 is de jurisprudentie over schaarse rechten in het eerste decennium na 1994 gefragmenteerd per bijzonder rechtsgebied, zoals het telecommunicatierecht. Vervolgens worden de eerste stappen gezet naar op de verdeling toegespitste eisen die de bestuurs- rechter afleidt uit (nieuwe) algemene rechtsbeginselen, zoals transparantie,4 waarna deze ontwikkeling vanaf 2009 meer gestructureerd gestalte krijgt. Aanvankelijk vervult het College van Beroep voor het bedrijfsleven een belangrijke rol met zijn standaardoverweging dat aan de besluitvorming met betrekking tot een schaarse ontheffing, mede uit een oogpunt van rechtszekerheid, zware eisen moeten worden gesteld.5 Deze katalyserende rol wordt vanaf 2016 overgenomen door de Afdeling, met name door een uitspraak van de grote kamer in speelautomatenhal Vlaardingen die wordt voorafgegaan door een conclusie van advocaat-generaal Widdershoven en daarmee blijk geeft van bestaande interactie tussen rechtspraak en literatuur.6 Grote winst van deze uitspraak is dat algemene regels van verdelingsrecht7 die stap voor stap in de jurisprudentie zijn uitgekristalliseerd, worden gesystematiseerd onder de noemer van het gelijkheidsbeginsel.