RF 2015/63
Effectenlease. Prejudiciële vraag: Strekt de stuitende werking van een collectieve vordering zich uit tot de verjaring van de buitengerechtelijke vernietigingsbevoegdheid op grond van art. 1:89 BW? (Appellant/Dexia)
Hof Amsterdam 20-01-2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:105
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
20 januari 2015
- Magistraten
Mrs. M.P. van Achterberg, A.S. Arnold, J.W. Hoekzema
- Zaaknummer
200.089.046/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS920958:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2016:2291, Uitspraak, Hof Amsterdam, 14‑06‑2016
ECLI:NL:GHAMS:2015:105, Uitspraak, Hof Amsterdam, 20‑01‑2015
ECLI:NL:GHAMS:2014:4585, Uitspraak, Hof Amsterdam, 04‑11‑2014
- Wetingang
Art. 3:316, 1:89 BW
Essentie
Effectenlease. Collectieve actie. Stuiting verjaring.
Prejudiciële vraag: Strekt de stuitende werking van een collectieve vordering zich uit tot de verjaring van de buitengerechtelijke vernietigingsbevoegdheid op grond van art. 1:89 BW? Zo ja, kan de vernietigingsverklaring door de echtgenote gezien worden als 'nieuwe eis' in de zin van art. 3:316 BW?
Samenvatting
Appellant is op 13 oktober 2000 een effectenleaseovereenkomst aangegaan. De leaseovereenkomst is op 21 juni 2006 met verlies beëindigd. Stichting Eegalease, de Consumentenbond en drie individuele consumenten hebben op 13 maart 2003 een dagvaarding uitgebracht aan Dexia met vorderingen tot verklaring voor recht ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.