Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/7.4.2:7.4.2 Overgang van de vordering
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/7.4.2
7.4.2 Overgang van de vordering
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS585937:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
436. Vóór de overgang van de vordering is de oude schuldeiser als rechthebbende bevoegd om op de vordering beperkte rechten te vestigen; na de overgang de nieuwe schuldeiser (art. 3:84 lid 1 jo 3:98 BW). Is door de oude schuldeiser alleen een overeenkomst tot vestiging van een beperkt recht aangegaan, en vindt vervolgens de overgang van de vordering plaats, dan is de nieuwe schuldeiser niet aan deze overeenkomst gebonden. De oude schuldeiser wordt door de overgang beschikkingsonbevoegd. Een derde wordt in beginsel niet beschermd tegen zijn beschikkingsonbevoegdheid.1
Is voor de overgang van de vordering een beperkt recht op de vordering gevestigd, dan verkrijgt de nieuwe schuldeiser een bezwaarde vordering ('zaaksgevolg' of 'droit de suite'). Rust op de vordering een openbaar recht van pand of vruchtgebruik, dan blijft de pandhouder respectievelijk de vruchtgebruiker inningsbevoegd; rust op de vordering een stil pandrecht, dan blijft de stil pandhouder bevoegd om mededeling te doen. Na de overgang is sprake van een derdenpand: de nieuwe schuldeiser is pandgever, maar niet de schuldenaar van de pandhouder. Wordt de vordering ten titel van koop overgedragen, dan dient de nieuwe schuldeiser als koper, met het oog op een eventuele aansprakelijkheid van de oude schuldeiser als verkoper, de beperkte rechten uitdrukkelijk te aanvaarden (art. 7:15 lid 1 jo 7:47 BW).
437. Voor de vestiging van beperkte rechten geldt voor de stille cessie in beginsel hetzelfde als bij een openbare overgang van de vordering. V 66r de overgang van de vordering is de stille cedent als rechthebbende bevoegd tot bezwaring van de vordering (art. 3:84 lid1 BW). Na de overgang is alleen de stille cessionaris als rechthebbende bevoegd tot bezwaring van de vordering. De stille cessionaris is bevoegd om een recht van pand of vruchtgebruik te vestigen. Gaat het om een openbaar recht, dan wordt op het moment van mededeling de openbaar pandhouder of vruchtgebruiker inningsbevoegd, en eindigt de inningsbevoegdheid van de stille cedent. Mededeling van het beperkte recht impliceert mededeling van de stille cessie. Een vestigingshandeling, waardoor mededeling kan worden gedaan en de stille cedent zijn bevoegdheden verliest, kan verbintenisrechtelijk in strijd zijn met de afspraken tussen de stille cessionaris en de stille cedent om geen mededeling te doen van de cessie. Zij verhindert echter niet dat een rechtsgeldig beperkt recht tot stand komt. Aan de toekenning van de bevoegdheden van de stille cedent krachtens lastgeving komt geen goederenrechtelijke werking toe (zie hieronder).
Rust op de stil gecedeerde vordering een beperkt recht, dan verkrijgt de stille cessionaris een bezwaarde vordering. Rust op de vordering een openbaar recht van pand of vruchtgebruik, dan blijft de pandhouder respectievelijk de vruchtgebruiker inningsbevoegd. Rust op de vordering een stil pandrecht, dan blijft de stil pandhouder bevoegd om mededeling te doen. Als de stille cedent de vordering krachtens lastgeving int ten behoeve van de stille cessionaris, komt aan de inningsbevoegdheid van de stille cedent een einde als de stil pandhouder mededeling zou doen (art. 3:239 lid 3 jo 3:246 lid 1 BW). Na de overgang is sprake van een derdenpand: de stille cessionaris is pandgever, maar niet de schuldenaar van de pandhouder. Wordt de vordering ten titel van koop overgedragen, dan dient de stille cessionaris de beperkte rechten uitdrukkelijk te aanvaarden (art. 7:15 lid 1 jo 7:47 BW). Na de stille cessie is in beginsel alleen de stille cessionaris exclusief bevoegd om beperkte rechten te vestigen; vóór de stille cessie is de stille cedent in beginsel hiertoe exclusief bevoegd.