NJ 1933, p. 787
Verweer tegen vordering tot betaling koopprijs op grond van ondeugdelijke levering, terwijl over de goederen was beschikt.
HR 01-12-1932, ECLI:NL:HR:1932:44, m.nt. Prof. E.M. Meijers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 december 1932
- Magistraten
Mrs. Fentener van Vlissingen, Visser, Kosters, van Gelein Vitringa; Kranenburg.
- Zaaknummer
[01121932/NJ_1933,_p._787]
- Conclusie
Mr. Besier
- Noot
Prof. E.M. Meijers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS103744:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1932:44, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑12‑1932
- Wetingang
(BW art. 1549-1554.)
Essentie
Verweer tegen vordering tot betaling koopprijs op grond van ondeugdelijke levering, terwijl over de goederen was beschikt.
Samenvatting
[Koop en verkoop van een partij goederen te leveren f. o.b. Amsterdam, te betalen eene maand na aankomst in Nederl.-Indië. Vordering van verkooper tot betaling. Verweer, dat de goederen ondeugdelijk waren, door de afnemers waren geweigerd en dat zij ter beschikking van den verkooper worden gesteld en voorts in hooger beroep — nadat gebleken was, dat hij de goederen niet meer ter beschikking kon stellen, omdat zij aan de afnemers waren geleverd — dat hij, ten einde de schade te beperken, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.