HR, 18-06-2024, nr. 23/01100
ECLI:NL:HR:2024:766
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18-06-2024
- Zaaknummer
23/01100
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2024:766, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑06‑2024; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:392
In cassatie op: ECLI:NL:GHSHE:2023:805
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2024-0134
Uitspraak 18‑06‑2024
Inhoudsindicatie
Verkrachting, art. 242 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster, art. 359.2 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft in reactie op verweer (niet onbegrijpelijk) overwogen dat i) er bij nauwkeurige vergelijking van de door aangeefster afgelegde verklaringen kleine verschillen zijn te constateren over volgorde van handelingen en exacte omschrijving van handelingen, maar dat dit gelet op consistentie van haar verklaringen op essentiële onderdelen aan betrouwbaarheid van die verklaringen niet afdoet en dat ii) verklaring van getuige aan die betrouwbaarheid evenmin afdoet. Hof heeft voorts overwogen dat verklaringen van aangeefster steun vinden in ander bewijsmateriaal. Hierop gebaseerd oordeel van hof dat het verklaringen van aangeefster betrouwbaar acht is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01100
Datum 18 juni 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 maart 2023, nummer 20-002990-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de verwerping door het hof van een verweer over de betrouwbaarheid van de voor het bewijs gebruikte verklaringen van de aangeefster.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2024.