RvdW 2025/560:Medeplegen diefstal, art. 311 lid 1 onder 4 Sr. Vordering benadeelde partij (besloten vennootschap) t.z.v. materiële schade. Ontvankelijkheid vordering b.p. Is degene die vordering b.p. heeft ingesteld, bevoegd rechtspersoon te vertegenwoordigen? O.g.v. art. 51c lid 3 Sv kan b.p. zich doen vertegenwoordigen, o.m. door gemachtigde die is voorzien van schriftelijke bijzondere volmacht van b.p. Die bepaling strekt zich ook uit tot voeging door voegingsformulier a.b.i. art. 51g lid 1 Sv (vgl. HR 5 februari 2002, NJ 2003/593). Zo’n volmacht is echter niet vereist als b.p. een rechtspersoon is en voegingsformulier is ondertekend door persoon die optreedt namens rechtspersoon (vgl. HR 16 november 2004, NJ 2005/45). Hof heeft geoordeeld dat A het ‘Verzoek tot Schadevergoeding’ als vertegenwoordiger van B.V. heeft ondertekend en dat hij dus optreedt namens deze rechtspersoon. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat uit vaststellingen hof blijkt dat aangifte is gedaan in winkel van B.V. door A als ‘eigenaar van B.V.’, en dat deze door hof aan verzoek en aangifte ontleende omstandigheden in hoger beroep ook niet inhoudelijk zijn weersproken door verdediging. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met RvdW 2025/561.