Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/2.2.4
2.2.4 De Wet uiterste betaaltermijn van zestig dagen voor grote ondernemingen
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90980:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Stb. 2017, 170.
Zie art. 6:119a lid 6 BW voor de criteria om te bepalen of sprake is van een grote onderneming.
Ook laat de regeling een wijze zien waarop de verstrekking van leverancierskrediet kan worden beschermd, anders dan door zekerheidsrechten.
Kamerstukken II 2016/17, 34 559, nr. 3, p. 5. Vgl. de Richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties, considerans, overweging 3.
Recent is in het kader van de Wet uiterste betaaltermijn van zestig dagen voor grote ondernemingen art. 6:119a lid 6 BW ingevoerd ter verkleining van het risico van de leverancier om onbetaald te blijven.1 Anders dan het eigendomsvoorbehoud of het recht van reclame betreft het geen voorrangspositie voor leverancierskrediet. De leverancier wordt beschermd doordat de wet de mogelijkheid voor ‘grote ondernemingen’ om een lange betalingstermijn overeen te komen met hun leverancier beperkt.2 Deze recente wetgeving toont dat de wetgever nog steeds oog heeft voor het belang van leverancierskrediet voor de economie, evenals bij de invoering van de huurkoopregeling in 1934. Ik wijd daarom een subparagraaf aan deze regeling om het economische argument uiteen te zetten.3
Met art. 6:119a lid 6 BW beoogt de wetgever om de lange betalingstermijnen die de koper bedingt van zijn leverancier die zaken op krediet levert, te beperken.4 Deze betalingstermijnen hebben namelijk nadelige effecten voor de leverancier en de economie. Lange betalingstermijnen kunnen leiden tot een liquiditeitsprobleem voor de leverancier. Dit kan tot gevolg hebben dat een leverancier zijn toeleverancier(s) niet kan betalen of met deze(n) langere betalingstermijnen met zijn leverancier overeen moet komen. Deze kan vervolgens weer voor dezelfde problemen komen te staan met zijn leverancier. Er ontstaat – in de woorden van de initiatiefnemers van deze wet – een sneeuwbaleffect van lange betalingstermijnen of zelfs wanbetalingen in de handelsketen.5
Daarnaast hebben, aldus de memorie van toelichting, lange betalingstermijnen ook gevolgen voor de economie als geheel. De onzekerheid en risico’s voor leveranciers worden groter door lange betalingstermijnen en late betalingen. Het gevolg kan zijn dat leveranciers minder zaken op krediet willen of kunnen verstrekken of meer krediet van de bank of hun eigen leveranciers dienen te krijgen, hetgeen hogere financieringslasten tot gevolg heeft. Dit heeft weer een negatief effect op de investeringen en groei van de onderneming van de leveranciers.6
De verstrekking van leverancierskrediet verdient kortom enige vorm van bescherming tegen zeer lange betalingstermijnen of (te) late betalingen door de koper ter voorkoming van de negatieve effecten voor de betrokken ondernemingen en de economie als geheel, aldus de wetgever.