RN 2020/89
Verjaring. Is afzonderlijke stuiting nodig jegens de vennoten van een vof?
HR 17-07-2020, ECLI:NL:HR:2020:1315
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
17 juli 2020
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, G. Snijders, M.V. Polak, C.E. du Perron, H.M. Wattendorf
- Zaaknummer
19/01094
- Conclusie
A-G mr. T. Hartlief
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS233533:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1315, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 17‑07‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:97, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 31‑01‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑02‑2019
- Wetingang
Art. 3:317 BW
Essentie
Stuiting. Verjaring. Personenvennootschap. Aansprakelijkheid vennoten.
Is afzonderlijke stuiting nodig jegens de vennoten van een vof?
Samenvatting
In de jaren 1999 en 2000 is eiser door een adviesbureau geadviseerd over een af te sluiten levensverzekering. De partner van eiser is in 2001 overleden. De verzekeringsmaatschappij weigerde vervolgens om uit te keren omdat niet was gemeld dat voor de ingangsdatum van de verzekering kanker bij haar was vastgesteld. Eiser is van mening dat het adviesbureau hiervoor aansprakelijk is. De advocaat van eiser heeft om die reden in 2005 en 2008 een aansprakelijkstelling en stuitingsbrief gericht aan het adviesbureau, welke brief ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.