Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/10.4:10.4 Rechtsgevolgen van het gehomologeerde akkoord
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/10.4
10.4 Rechtsgevolgen van het gehomologeerde akkoord
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192752:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
616. Aan het begin van hoofdstuk 7 werd geconcludeerd dat het akkoord een meerpartijenovereenkomst van bijzondere aard is. Wanneer men het akkoord nader bekijkt, blijkt het akkoord tot wijziging van de rechtsverhouding tussen de schuldenaar enerzijds en schuldeisers en/of aandeelhouders anderzijds te leiden. In §7.3.3 kwam aan bod dat in de eerste plaats sprake kan zijn van wijziging van een bestaande schuldverhouding. Die wijziging kan betrekking hebben op het vorderingsrecht als zodanig en op het ius agendi. Een uitstel van betaling kan worden gezien als een wijziging van het ius agendi. Bij de wijziging van de vordering als zodanig kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de wijziging van het nominale bedrag van een verplichting tot betaling van een geldsom. In de tweede plaats kan het akkoord leiden tot schuldvernieuwing, meer in het bijzonder objectieve novatie. Daarvan is sprake wanneer de bestaande verbintenis wordt vervangen door een andere. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer een vordering uit hoofde van een obligatie wordt omgezet in een vordering uit hoofde van een andere soort obligatie. Ten derde kan een schuldverhouding worden vervangen door een kapitaalsverhouding, hetgeen gebeurt bij een ‘debt for equity swap’. Ook is het mogelijk dat een bestaande kapitaalsverhouding wordt gewijzigd. Ten slotte is denkbaar dat het ene kapitaalsinstrument wordt vervangen door het andere. Dat doet zich voor wanneer de aandeelhouder nieuwe aandelen ontvangt op basis van het akkoord.
Het akkoord biedt de juridische grondslag voor de wijziging van de betrokken rechtsverhoudingen. In sommige gevallen zal het gehomologeerde akkoord op zichzelf tot de gewenste wijziging leiden. In dat geval is het gehomologeerde akkoord constitutief voor de wijziging van de rechtsverhouding. Zo is het gehomologeerd akkoord op zichzelf voldoende om de wijziging van het nominale bedrag van vorderingsrechten (‘haircut’) te bewerkstelligen, of om de datum van opeisbaarheid te wijzigen. Voor de effectuering van een debt for equity swap of voor de toekenning van nieuwe schuldinstrumenten kunnen enkele nadere uitvoeringshandelingen zijn vereist. Het akkoord verplicht de schuldenaar deze uitvoeringshandelingen te verrichten. Het akkoord is volledig uitgevoerd wanneer alle rechtsverhoudingen definitief zijn gewijzigd. Zo bezien heeft een akkoord een beperkte levensduur. Een akkoord bevat naast de bepalingen die direct betrekking hebben op de voorgestelde wijziging van de rechtsverhouding, doorgaans ook enkele aanverwante bepalingen. Dergelijke bepalingen, zoals bedingen betreffende de datum van inwerkingtreding van het plan en het op het akkoord toepasselijke recht, verliezen hun waarde nadat het plan is uitgevoerd.
Bovenstaande geldt niet wanneer het akkoord schuldvernieuwing behelst en het gehomologeerde akkoord zelf de basis biedt voor de nieuwe schuldverhouding. Dat kan het geval zijn bij een percentageakkoord waarbij de schuldeisers op basis van het akkoord zelf aanspraak hebben op akkoordpenningen. De oorspronkelijke vorderingen van de schuldeisers zijn dan vervangen door nieuwe vorderingen, die hun grondslag vinden in het akkoord zelf. In dat geval is het akkoord pas volledig nagekomen wanneer de beloofde akkoordpenningen volledig zijn voldaan.