NJ 1928, p. 1548
Begrip „openbare weg". Bestemming van een weg tot algemeen gebruik door den particulieren eigenaar of rechthebbende niet voldoende.
HR 29-10-1928, ECLI:NL:HR:1928:350, m.nt. Prof. Mr. J.V. van Dijck
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
29 oktober 1928
- Magistraten
Mrs. Jhr. de Savornin Lohman, Savelberg:, Jhr. Feith, Taverne, van Dijck.
- Zaaknummer
[29101928/NJ_1928,_p._1548]
- Conclusie
Mr. Van Lier
- Noot
Prof. Mr. J.V. van Dijck
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS101583:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1928:350, Uitspraak, Hoge Raad, 29‑10‑1928
- Wetingang
(Sr art. 427 onder 6.)
Essentie
Begrip „openbare weg". Bestemming van een weg tot algemeen gebruik door den particulieren eigenaar of rechthebbende niet voldoende.
Samenvatting
De Kantonrechter is uitgegaan van een onjuiste opvatting van het begrip „openbare weg", aangezien het, wil een weg openbaar zijn, niet voldoende is, dat die door den daartoe rechthebbende tot algemeen gebruik is bestemd.
De openbaarheid van een weg toch kan slechts ontstaan door of met den wil der Overheid, kenbaar hetzij uit een wettelijk voorschrift, hetzij uit de gedragingen van het openbaar gezag. (Anders Concl. P. G.)
Eerst daarna kan er ook sprake zijn van een „bevoegd ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.