HR, 13-09-2022, nr. 21/03809
ECLI:NL:HR:2022:1120
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
13-09-2022
- Zaaknummer
21/03809
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2022:1120, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 13‑09‑2022; (Artikel 81 RO-zaken, Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:663
ECLI:NL:PHR:2022:663, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 05‑07‑2022
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2022:1120
- Vindplaatsen
Uitspraak 13‑09‑2022
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Hof heeft betrokkene n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, nu e-mailbericht van raadsvrouw op laatste dag van appeltermijn (om 17:09 uur) na sluitingstijd van strafgriffie Rb is verstuurd, art. 408.1.b jo. 511g.2 Sv. 1. Verontschuldigbare termijnoverschrijding op de grond dat sprake is van ‘manifest failure’ van raadsvrouw en h.b. ook tijdig per fax is ingesteld? 2. Heeft hof heeft verzuimd te beslissen op verzoek tot verrichten van nader onderzoek naar faxbevestiging bij strafgriffie. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/03808.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/03809 P
Datum 13 september 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 augustus 2021, nummer 21-000792-20, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de betrokkene.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 september 2022.
Conclusie 05‑07‑2022
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Ontvankelijkheid van het hoger beroep. Klacht over het oordeel van het hof dat het verzuim van de raadsvrouw om tijdig hoger beroep in te stellen tot de risicosfeer van de verdachte behoort. De klacht dat het hof niet heeft beslist op het verzoek van de raadsman tot nader onderzoek ontbeert feitelijke grondslag. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep op de voet van artikel 81 lid 1 RO. Samenhang met de strafzaak 21/03808.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer21/03809 P
Zitting 5 juli 2022
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de betrokkene
Inleiding
1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de betrokkene bij arrest van 25 augustus 2021 niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
2. Er bestaat samenhang met de strafzaak 21/03808. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
De rechtsgang in cassatie
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.
De cassatiemiddelen
4. Het eerste middel klaagt dat het oordeel van het hof dat de verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger beroep vanwege een termijnoverschrijding, niet zonder meer begrijpelijk is gelet op de bij pleidooi aangevoerde feiten en omstandigheden in het licht van artikel 6 EVRM.
5. Het tweede middel klaagt dat het hof heeft verzuimd te beslissen op het door de raadsman ter terechtzitting gedane verzoek tot het verrichten van nader onderzoek naar – zo begrijp ik het middel – de aanwezigheid van een eventuele faxbevestiging bij de strafgriffie van de rechtbank.
De beoordeling van de middelen
6. De middelen en de daarin vervatte klachten zijn volledig identiek aan die in de samenhangende strafzaak met griffienummer 21/03808. Derhalve verwijs ik voor de inhoudelijke bespreking van de cassatieklachten graag naar de strafzaak.
Slotsom
7. Beide middelen falen en lenen zich voor afdoening met toepassing van artikel 81 lid 1 RO.
8. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
9. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG