Conversie en aandelen
Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/11.9.2:11.9.2 Omvang van de vordering wegens kapitaalvermindering
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/11.9.2
11.9.2 Omvang van de vordering wegens kapitaalvermindering
Documentgegevens:
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS363351:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Beckman 1988, p. 25-27.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Kapitaalvermindering door vermindering van de nominale waarde van de aandelen voorziet voor zover het volgestorte aandelen betreft in een gedeeltelijke teruggave aan de betreffende aandeelhouders van het door hen ingelegde kapitaal. Intrekking van aandelen kan worden beschouwd als de ultieme teruggave van ingelegd kapitaal, waarbij niet alleen aandelen komen te vervallen, maar ook de aandeelhoudersrelatie tussen aandeelhouder en vennootschap voor wat betreft die aandelen eindigt. Intrekking van niet ingekochte aandelen geeft de aandeelhouder dan ook niet anders dan zijn gehele inleg terug. De vraag is of statutair kan worden bepaald dat een aandeelhouder bij intrekking van niet ingekochte aandelen een vergoeding toekomt die boven het nominale bedrag uit gaat. Te denken valt aan de uitbetaling van het gedeelte in de reserves waarop de aandelen recht geven. Ik meen dat hier voor de BV geen bezwaar tegen bestaat. Voor de NV denk ik dat dit eveneens mogelijk is, maar de complicatie hier is dat de crediteurenverzetsprocedure slechts uitgaat van een vermindering van het ingelegde aandelenkapitaal. Een uitkering ter gelegenheid van intrekking boven de nominale waarde dient te worden gezien als een samengestelde uitkering aan de aandeelhouder die in twee delen uiteen valt: (i) de uitkering wegens de terugbetaling van de inleg, dus de nominale waarde voor zover gestort; en (ii) een uitkering anders dan wegens kapitaalvermindering in de zin van artikel 2:105 lid 4 BW. Aan de formaliteiten van beide regelingen dient dan te zijn voldaan alvorens de statutair bepaalde, boven-nominale uitkering kan geschieden.
Hoe verhoudt de opvatting dat kapitaalvermindering kan worden gezien als een teruggave aan de aandeelhouder van diens inleg zich tot conversie van reserves in kapitaal? Ten aanzien van deze aandelen heeft geen inleg door de aandeelhouder plaatsgevonden. Deze aandelen zijn ontstaan door een herrubricering van posten aan de passiefzijde van de balans, zonder dat de activa van de vennootschap ter gelegenheid van de emissie toenamen. Vanaf dat moment echter gelden deze aandelen als aandelen waarop is gestort en zijn dit aandelen als alle andere. Bedacht dient te worden dat het eigen vermogen, en daarmee het aandelenkapitaal, niets anders is dan een sluitpost op de balans: voor zover de waarde van de activa het vreemd vermogen overstijgt, is er sprake van eigen vermogen, waarvan het aandelenkapitaal deel uitmaakt.1 Kapitaalvermindering leidt tot een recht op uitkering van activa – in beginsel in geld – aan de betreffende aandeelhouders. Daar is denk ik niet veel op af te dingen, al is denkbaar dat een conversie die geschiedt met het oog op kapitaalvermindering ongeoorloofd kan zijn als deze beide bewegingen dienen te worden beschouwd als verweven onderdelen van één doelhandeling, te weten het verrichten van een uitkering aan aandeelhouders die op grond van artikel 2:105 BW niet mogelijk zou zijn. Zou tot een zodanige verwevenheid van deze twee rechtshandelingen, te weten de emissie ten laste van reserves en kapitaalvermindering geconcludeerd moeten worden, dan lijkt mij de besluitvorming ter zake mogelijk in strijd met de wet en dus nietig (2:14 lid 1 BW) te kunnen zijn. Ook zal dan tot onbehoorlijke taakvervulling of onrechtmatigheid van aandeelhouder, vennootschap en/of bestuur kunnen worden geconcludeerd.