NJB 2018/2259:Een werknemer is achtereenvolgens in dienst van verschillende werkgevers. De werkgever zegt de arbeidsovereenkomst op. Hoe moet de opzegtermijn worden berekend? Hoge Raad: 1. Grievenstelsel. Enge leer. Appellant (de werkgever) is in hoger beroep niet opgekomen tegen het oordeel van de kantonrechter dat als sprake is van opvolgend werkgeverschap, de eerdere arbeidsovereenkomst moet worden meegeteld. Daarom kon het hof niet van die rechtsopvatting afwijken en kan in cassatie daartegen niet worden opgekomen. 2. Wetsuitleg. Art. 7:668a lid 2 BW dient in weerwil van de wettekst overeenkomstig de onmiskenbare bedoeling van de wetgever te worden uitgelegd. 3. Opvolgend werkgeverschap. Opzegtermijn. In het geval van opvolgende arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd tussen een werknemer en werkgevers die worden geacht elkaars opvolger te zijn, wordt de opzegtermijn berekend vanaf de totstandkoming van de eerste overeenkomst. De lengte van de opzegtermijn wordt niet beperkt door eerdere opzeggingen in de keten van overeenkomsten met werkgevers die worden geacht elkaars opvolger te zijn. 4. Ragetlie-regeling. Bij samenloop van de Ragetlie-regeling en de regeling van de opzegtermijn geldt de laatste arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en wordt de opzegtermijn berekend vanaf het aangaan van de eerste overeenkomst