NJB 2018/2259
Een werknemer is achtereenvolgens in dienst van verschillende werkgevers. De werkgever zegt de arbeidsovereenkomst op. Hoe moet de opzegtermijn worden berekend? Hoge Raad: 1. Grievenstelsel. Enge leer. Appellant (de werkgever) is in hoger beroep niet opgekomen tegen het oordeel van de kantonrechter dat als sprake is van opvolgend werkgeverschap, de eerdere arbeidsovereenkomst moet worden meegeteld. Daarom kon het hof niet van die rechtsopvatting afwijken en kan in cassatie daartegen niet worden opgekomen. 2. Wetsuitleg. Art. 7:668a lid 2 BW dient in weerwil van de wettekst overeenkomstig de onmiskenbare bedoeling van de wetgever te worden uitgelegd. 3. Opvolgend werkgeverschap. Opzegtermijn. In het geval van opvolgende arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd tussen een werknemer en werkgevers die worden geacht elkaars opvolger te zijn, wordt de opzegtermijn berekend vanaf de totstandkoming van de eerste overeenkomst. De lengte van de opzegtermijn wordt niet beperkt door eerdere opzeggingen in de keten van overeenkomsten met werkgevers die worden geacht elkaars opvolger te zijn. 4. Ragetlie-regeling. Bij samenloop van de Ragetlie-regeling en de regeling van de opzegtermijn geldt de laatste arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en wordt de opzegtermijn berekend vanaf het aangaan van de eerste overeenkomst
HR 30-11-2018, ECLI:NL:HR:2018:2222
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
30 november 2018
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh
- Zaaknummer
17/05566
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:2222, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 30‑11‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:1361, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑11‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:786, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑07‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑11‑2017
- Wetingang
(art. 7:667 lid 4 en 5, art. 7:668a lid 1, 2 en 4 BW; art. 7:673 lid 1 aanhef en onder a en b (oud) BW)
Essentie
Een werknemer is achtereenvolgens in dienst van verschillende werkgevers. De werkgever zegt de arbeidsovereenkomst op. Hoe moet de opzegtermijn worden berekend? Hoge Raad: 1. Grievenstelsel. Enge leer. Appellant (de werkgever) is in hoger beroep niet opgekomen tegen het oordeel van de kantonrechter dat als sprake is van opvolgend werkgeverschap, de eerdere arbeidsovereenkomst moet worden meegeteld. Daarom kon het hof niet van die rechtsopvatting afwijken en kan in cassatie daartegen niet worden opgekomen. 2. Wetsuitleg. Art. 7:668a lid 2 BW dient in weerwil van de wettekst overeenkomstig de onmiskenbare bedoeling van de wetgever te worden uitgelegd. 3. Opvolgend werkgeverschap. Opzegtermijn. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.