Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/21.9:21.9 Conclusie
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/21.9
21.9 Conclusie
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS483615:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoveel is duidelijk geworden: onder het regime van het BW (oud) is het begrip ‘muur’ slechts te omschrijven aan de hand van een vergelijking met andere begrippen.
De omschrijving van het begrip ‘muur’ in art. 5:43 kent, zoals wij hiervoor zagen, een aantal hiaten en onvolkomenheden. Op grond daarvan zou ik menen dat het wenselijk is deze bepaling te wijzigen, in dier voege dat de ‘ruime’1 opvatting die de wetgever kennelijk heeft bedoeld ook gecodificeerd wordt. Aan de hand van de verkeersopvatting zal uitgemaakt moeten worden of een werk moet worden aangemerkt als een muur. Aldus kan het begrip ook blijven voldoen indien (bouw)technieken wijzigen. Teneinde iedere discussie te voorkomen lijkt het mij zinvol de fundering uitdrukkelijk in de omschrijving van de muur te noemen, zulks hoewel dat naar mijn oordeel al door de verkeersopvatting wordt ingegeven.
Voorts lijkt mij van belang dat de termen ‘afsluiting’ en ‘afscheiding’ in de definitie worden vermeden, onder andere teneinde misverstanden betreffende ‘scheidsmuren’ en ‘muren dienende tot afsluiting’ te voorkomen. Bovendien wordt aldus slechts een beperkt aantal, en volgens huidige technieken niet eens de belangrijkste, functies in de omschrijving opgenomen.
Ik kom tot de volgende voorstellen:
Art. 5:43 komt te luiden:
‘Onder muur wordt in deze en de volgende titel verstaan ieder werk dat volgens verkeersopvatting als zodanig wordt aangemerkt, alsmede de fundering waarop dat werk rust.’
Het begrip ‘scheidsmuur’ wordt gereserveerd voor de muren die aan naburen in gemeenschappelijke en mandelige eigendom toebehoren. Een dergelijke muur kan dienen tot afsluiting. Nodig is dat evenwel niet. Mogelijk dient de muur slechts tot afscheiding. Art. 5:42 lid 3 komt te luiden:
‘De nabuur kan zich niet verzetten tegen de aanwezigheid van bomen, heesters of heggen die niet hoger reiken dan de scheidsmuur of de muur dienende tot afsluiting langs of nabij de erfgrens.’