RI 2022/4
Kwalificeert de vordering van de Provincie Overijssel als een achtergestelde vordering zodat deze vordering terecht in een afzonderlijke klasse is ingedeeld?
Rb. Midden-Nederland 29-09-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:4701
- Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
- Datum
29 september 2021
- Magistraten
Mrs. E. Boerwinkel, A.E. de Vos, K.G. van de Streek
- Zaaknummer
FT RK 21/703
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS632931:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBMNE:2021:4701, Uitspraak, Rechtbank Midden-Nederland, 29‑09‑2021
ECLI:NL:RBMNE:2021:6950, Uitspraak, Rechtbank Midden-Nederland, 27‑08‑2021
- Wetingang
Essentie
WHOA. Homologatie. Klassenindeling.
Kwalificeert de vordering van de Provincie Overijssel als een achtergestelde vordering zodat deze vordering terecht in een afzonderlijke klasse is ingedeeld?
Samenvatting
Verzoekster (X) exploiteert een onderneming gericht op de ontwikkeling van een biobrandstoffabriek. Sinds haar oprichting heeft X voornamelijk kosten gemaakt. Eerst vanuit de toekomstige exploitatie kunnen de gemaakte kosten worden terugbetaald. X heeft haar schuldeisers ingedeeld in vier klassen. De vordering van de Provincie Overijssel (de Provincie) is ingedeeld in de klasse van achtergestelde crediteuren en ontvangt - net als de aandeelhouders - onder het akkoord geen uitkering. De provincie betwist het achtergestelde ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.