Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/40.1
40.1 Inleiding
prof. mr. O.J.D.M.L. Jansen, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. O.J.D.M.L. Jansen
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
J.R. Stellinga, ‘Internationaal administratiefrecht’, NJB 1946, p. 33-40 en p. 49-58.
Stellinga 1946, p. 33.
Josua van Eik, De Algemeene beginselen van internationaal policieregt, Amsterdam: C.A. Spin & Zoon 1860.
C. van Vollenhoven, Omtrek en inhoud van het internationale recht, Leiden: S.C. van Doesburgh 1898.
W.J.M. van Eysinga, Ontwikkeling en inhoud der Nederlandsche tractaten sedert 1813, ’sGravenhage: Nijhoff 1916.
Wat hem betreft weten de schrijvers wel af van het bestaan van het internationale administratiefrecht, maar is er niemand die er bijzondere aandacht aan wijdt. Als voorbeelden daarvan noemt hij J.P.A. François, Handboek van het volkenrecht, deel I, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1931, p. 27; G.A. van Poelje, Inleiding tot het bestuursrecht, Alphen aan den Rijn: Samsom 1937, p. 120-121; A.C.J. Mulder, Inleiding tot het Nederlandsch internationaal privaatrecht, Arnhem: Gouda Quint 1928, p. 1-2.
Michel Dendias, ‘Les principaux services internationaux administratifs’, Recueil des Cours de l’Académie de droit international de la Haye, 1938, p. 243-366, m.n. p. 260; Clyde Eagelton, International Government, New York: The Ronald Press Company 1932, p. 43; Louis-Erasme le Fur, ‘Le développement historique du droit international de l’anarchie internationale à une communauté internationale organisée’, Recueil des Cours de l’Académie de droit international de la Haye, 1932, p. 501-602; Karl Strupp, ‘Internationale Verwaltungsgemeinschaften’, in Karl Strupp (ed.), Wörterbuch des Völkerrechts und der Diplomatie, Berlin: De Gruyter 1924, p. 573-577; Ernst Isay, ‘Zwischenprivatrecht und Zwischenverwaltungsrecht’, in: Bonner Festgabe für Ernst Zitelmann, München 1923, p. 289-305, m.n. p. 291 e.v. en zijn bijdrage in F. Stier-Somlo & A. Elster, Handwörterbuch der Rechtswissenschaft, derde deel, Berlin: De Gruyter 1928, p. 344-356; P. Negulesco, ‘Principes du droit international administratif’, Recueil des Cours de l’Académie de droit international de la Haye 1935, p. 579-692; M.A. Antonesco, ‘Essai de détermination méthodologique du droit administratif international’, in: Mélanges Paul Negulesco, Bucureşti : Monitorul oficial i Imprimeriile statului, Imprimeria nati ‘onala’ 1935; J. Gascon y Marin, ‘Les transformations du droit administratif international’, Recueil des Cours de l’Académie de droit international de la Haye 1930, p. 1-76. Voorafgaand aan de bijdrage van Stellinga verschenen ook bijdragen zoals: L. von Stein, ‘Einige Bemerkungen über das internationale Verwaltungsrecht’, Jahrbuch für Gesetzgebung, Verwaltung und Volkswirtschaft im Deutschen Reich 1882, p. 395–442; P. Kazansky, ‘Théorie de l’administration internationale’, Revue générale de droit international public 1902, p. 353–366; Paul S. Reinsch, ‘International Administrative Unions and their Administration’, American Journal of International Law 1907, p. 579– 623; Paul S. Reinsch, ‘International Administrative Law and National Sovereignty’, American Journal of International Law 1909, p. 1–45; Karl Neumeyer, ‘Le droit administratif international’, RGDIP 1911, p. 492–498; Karl Neumeyer, ‘Internationales Verwaltungsrecht: Völkerrechtliche Grundlagen’, in: Strupp (ed.) 1924; Paul S. Reinsch, Public International Unions, Their Work and Organization: A Study in International Administrative Law, Boston/ London: Ginn and Company 1911. Zie voor een uitvoerig overzicht van literatuur onder meer uit dezelfde periode Benedict Kingsbury & Megan Donaldson, ‘Global Administrative Law’, Max Planck Encyclopedia of Public International Law 2011 en Dave Gunton e.a., ‘A global administrative law bibliography’, Law and contemporary problems, 2005 vol. 68, p. 357-377.
Karl Neumeyer, Internationales verwaltungsrecht, Vierter Band. Allgemeiner Teil, Leipzig: Verlag fur Recht und Gesellschaft 1936.
A.M. Donner, Nederlands bestuursrecht I Algemeen deel, Alphen aan den Rijn: N. Samsom 1953, p, 69-70.
Zie H.E. Bröring en K.J. de Graaf e.a., Bestuursrecht 1, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2016, p. 66; R.J.N. Schlössels & S.E. Zijlstra, Bestuursrecht sociale rechtsstaat, band 1, Deventer: Wolters Kluwer 2017, p. 44; H.D. van Wijk/Willem Konijnenbelt & Ron van Male, Hoofdstukken van bestuursrecht, Deventer: Kluwer 2014, p. 30.
Om mij tot een aantal voorbeelden te beperken: Gerhard Hoffmann, ‘Internationales Verwaltungsrecht’, in: Ingo von Münch (Hrsg.), Besonderes Verwaltungsrecht, Berlin: De Gruyter 1976, p. 851-870; Christian Tietje, Internationalisiertes Verwaltungshandeln, Berlin: Duncker & Humblot 2001; Stefano Battini, Amministrazioni senza Stato. Profili di diritto amministrativo internazionale, Milano: Giuffrè 2003; Jean-Bernard Auby, La globalisation, le droit et l’État, Paris: Montchrestien 2003; Matthias Ruffert, Die Globalisierung als Herausforderung an das Öffentliche Recht, Stuttgart: Richard Boorberg Verlag 2004; Benedict Kingsbury, Nico Krisch & Richard B. Stewart, ‘The emergence of Global Administrative Law’, Law and Contemporary Problems 2005, p. 15-61; Christoph Ohler, Die Kollisionsordnung des Allgemeinen Verwaltungsrechts, Tübingen: Mohr Siebeck 2005; Christoph Möllers, Gewaltengliederung, Tübingen: Mohr Siebeck 2005; Sabino Cassese, Oltre lo Stato, Verso una costituzione globale?, Napoli: Editoriale Scientifica 2006; Eberhard Schmidt-Assmann, ‘Die Herausforderung der Verwaltungsrechtwissenschaft durch die internationalisierung der Verwaltungsbeziehungen’, Der Staat 2006, p. 315-338; Christoph Möllers, Andres Vosskuhle, Christian Walter (Hrsg.), Internationales Verwaltungsrecht, Tübingen: Mohr Siebeck 2007; Markus Glaser, Internationale Verwaltungsbeziehungen, Tübingen: Mohr Siebeck 2010; Gordon Anthony e.a. (eds.), Values in Global Administrative Law, Oxford: Hart Publishing 2011; Sabino Cassese e.a. (eds.), Global Administrative Law: The Casebook (third edition), Roma: Irpa 2012; Dries van Eeckhoutte & Maarten Vidal, ‘Internationaal en grensoverschrijdend bestuursrecht’, Rechtskundig Weekblad 2014, p. 1123-1141; Paul Craig, UK, EU and Global Administrative Law. Foundations and Challenges, Cambridge: Cambridge University Press 2015; Sabino Cassese, ‘Global Administrative Law: The state of the art’, International Journal of Constitutional Law, 2015, p. 465-468; Christoph Möllers, ‘Ten years of global administrative law’, International Journal of Constitutional Law 2015, p. 469-472; Edoardo Chiti, ‘Where does GAL find its legal grounding?’, International Journal of Constitutional Law 2015, p. 486-491; Matthias Goldmann, Internationale öffentliche Gewalt. Handlungsformen internationaler Institutionen im Zeitalter der Globalisierung, Heidelberg: Springer 2015; Sabino Cassese (ed.), Research Handbook on Global Administrative Law, Cheltenham: Edward Elgar 2016. Zie ook literatuuroverzichten zoals Dave Gunton e.a., ‘A global administrative law bibliography’, Law and contemporary problems 2005, p. 357-377 en Kingsbury & Donaldson 2011.
M. Scheltema, ‘Global administrative law’, NTB 2013/1. Hij verwees daarbij naar een project van het HiiL over transnationale regelgeving zonder internationaalrechtelijke grondslag dat inmiddels tot een aantal publicaties heeft geleid, waaronder Joost Pauwelyn e.a. (eds.), Informal International Law Making, Oxford: Oxford University Press 2012.
Meer dan 70 jaar geleden schreef Stellinga een bijdrage over internationaal administratiefrecht.1 Hij signaleert dat er in die tijd al meer belangstelling is ontstaan voor het bestuursrecht, maar dat dit is beperkt tot het Nederlandse bestuursrecht met wat rechtsvergelijking. En hij vervolgt:
‘Vrijwel volkomen genegeerd wordt echter het internationale administratiefrecht, een verschijnsel dat men in het leven van Grotius met leedwezen constateert! In de eerste plaats toch kan de bestudeering van dit rechtsonderdeel vruchtbaar zijn voor een juiste beschouwing van het nationale administratiefrecht, (…). Daarbij komt, dat deze tak van het internationaal recht door het steeds meer aan intensiviteit winnende rechtsverkeer tusschen de staten in belangrijkheid gaan toenemen.’2
Het begon volgens hem allemaal zo goed met het proefschrift uit 1860 van Van Eik ‘De Algemeene beginselen van internationaal policieregt’,3 het tweede hoofdstuk van het proefschrift van Van Vollenhoven ‘Omtrek en inhoud van het internationale recht’ uit 18984 en het vierde hoofdstuk uit het boek van Van Eysinga over de ontwikkeling en inhoud der Nederlandsche tractaten uit 1916,5 maar dan houdt het op.6 Hoe anders, zo vervolgt hij, is dat in het buitenland. En dan noemt hij een hele trits auteurs,7 waaronder uiteraard ook Karl Neumeyer die het bekende handboek: ‘Internationales Verwaltungsrecht’8 schreef.
In het algemeen deel uit 1953 besteedt A.M. Donner een alineaatje aan het fenomeen. Aan de verhouding tussen de nationale bestuursrechtelijke stelsels onderling hoeft wat hem betreft geen aandacht te worden besteed ‘aangezien de afgrenzing geen moeilijkheden biedt.’ En hij vervolgt:
‘Enigszins anders is de verhouding van het Nederlandse bestuursrecht tot het internationale bestuursrecht. Dit laatste is een onderdeel van het volkenrecht.
(…) Zo lang de praktijk slechts staten als subjecten van volkenrecht kent, levert de onderscheiding van nationaal en internationaal bestuursrecht geen moeilijkheden op. Dit wordt anders, wanneer internationale bestuursorganen direct met de onderdanen van een bepaalde staat in een gezagsverhouding komen te staan (…). De andere vraag, in hoeverre de burgers aan internationaal bestuursrecht rechten tegenover het staatsbestuur kunnen ontlenen, behoort (…) tot het staatsrecht.’9
In de laatste druk van zijn algemeen deel uit 1987 werd geen aandacht meer besteed aan het internationaal bestuursrecht. De huidige Nederlandse handboeken bestuursrecht zijn wel (en meer dan terecht) meer aandacht gaan besteden aan Europees bestuursrecht. Ze verwijzen echter in niet meer dan een enkele volzin of korte alinea naar het internationaal publiekrecht10 en besteden geen aandacht aan internationaal bestuursrecht. Het internationaal bestuursrecht wordt nog steeds vrijwel geheel genegeerd, en daarin wijkt Nederland ook nu nog af van buitenlandse literatuur.11 Ik zie daarbij overigens niet het NTB-redactioneel uit 2013 van Scheltema over het hoofd, waarin hij opriep tot meer aandacht voor Global Administrative Law (GAL).12
Ik wil in deze bijdrage teruggrijpen op de poging van Stellinga om aandacht te krijgen voor het internationaal bestuursrecht. Anders dan destijds het geval was, moet het internationaal bestuursrecht daartoe van achter de schijnwerpers van het Europees bestuursrecht vandaan worden gehaald om het weer (een beetje) op de agenda van het algemeen bestuursrecht te krijgen.
Ik zal daartoe in paragraaf 2 schetsen wat onder internationaal bestuursrecht moet worden verstaan. Vervolgens kies ik enkele onderwerpen uit dat internationaal bestuursrecht die naar mijn indruk meer aandacht verdienen. Zo komen in paragraaf 3 rechtsmacht in het bestuursrecht en in paragraaf 4 immuniteit en privileges in het bestuursrecht aan de orde, waarna ik vervolgens in paragraaf 5 de positie van subnationale bestuursorganen in internationale verhoudingen aanstip. Ik sluit mijn bijdrage af met enkele afrondende opmerkingen in paragraaf 6.