Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/7.2:7.2 Motieven hebben invloed op hoe een beheerstructuur eruit moet zien
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/7.2
7.2 Motieven hebben invloed op hoe een beheerstructuur eruit moet zien
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS958057:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie daarvoor de voetnoten die in hoofdstuk 2 bij de verschillende suggesties zijn geplaatst.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het onderzoek dat in hoofdstuk 2 is beschreven volgt dat er meerdere motieven zijn waarom een persoon of een familie tot beheer van vermogen wil overgaan. Het motief heeft invloed op de juridische elementen die een beheerstructuur moet bevatten om het motief te kunnen dienen. In hoofdstuk 3 zijn de juridische elementen geformuleerd die een beheerstructuur moet bevatten om het motief ‘continuïteit van familievermogen’ te kunnen dienen. Een eenvoudig voorbeeld laat zien dat deze elementen veranderen als er sprake is van een ander motief. Stel dat er sprake is van het motief dat iemand langzaam zelf niet meer in staat is om zijn vermogen goed te beheren (incapabel) en daarom het beheer van zijn vermogen (deels) uit handen wil geven. Een aantal van de juridische elementen die in hoofdstuk 3 zijn geformuleerd voor continuïteit zullen bij dit motief niet of nauwelijks een rol spelen. Het bijeenhouden van het vermogen, het zoveel mogelijk beperken van het aantal schuldeisers en de invloed van overlijden van de rechthebbende zijn bijvoorbeeld minder relevant als het gaat om een rechthebbende die zichzelf incapabel vindt. Bij dit motief zullen de essentiële elementen zich veel meer richten op de inhoud, omvang en wijze van de vertegenwoordiging door degene die het beheer van de rechthebbende gaat overnemen. Ook zal deze beheerstructuur minder lang hoeven te bestaan dan een beheerstructuur waarbij continuïteit het motief is.
Er zal niet snel een ‘one-size-fits-all’ beheerstructuur zijn die voor alle motieven geschikt is. Dat neemt niet weg dat het interessant is om te kijken naar mogelijke wetgeving rondom beheerstructuren, omdat tot op heden beheer nauwelijks is geregeld in het burgerlijk recht. Hiervoor is het van belang om te laten zien wat de resultaten uit de interviews hebben bijgedragen aan onderbouwing voor wetgeving over beheer.
De behoefte aan beheer blijkt duidelijk uit de interviews. Daarnaast komt uit de interviews naar voren dat er beheerstructuren zijn die voor meerdere motieven ten aanzien van familievermogen ingezet kunnen worden en waarbij het niet uitmaakt welk soort vermogen beheerd gaat worden. Tot slot komen de suggesties voor aanpassingen van bestaande structuren of gedachten over het invoeren van nieuwe structuren overeen met suggesties die ook in de literatuur worden opgeworpen.1 Er is daarmee voldoende grond om nader onderzoek te verrichten naar wetgeving op het gebied van beheer.