De ex-werknemer
Einde inhoudsopgave
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/6.1:6.1 Inleiding
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
Vincent Gerlach, datum 10-11-2022
- Datum
10-11-2022
- Auteur
Vincent Gerlach
- JCDI
JCDI:ADS687229:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderwerp van hoofdstuk 6 betreft de positie van de ex-werknemer binnen de medezeggenschap in het algemeen en de (mede)zeggenschap bij pensioen in het bijzonder. In paragraaf 6.2 kijk ik naar de grondslagen voor (mede)zeggenschap van ex-werknemers, evenals naar de veronderstelde voor- en nadelen van die (mede)zeggenschap. Daarbij komt ook de problematiek aan de orde inzake de (mogelijke) belangentegenstelling tussen werknemers en ex-werknemers. Paragraaf 6.3 tot en met 6.5 gaan in op de verhouding tussen de ex-werknemer en de OR. Waar liggen de grenzen van de OR als het ex-werknemers betreft? Heeft de ex-werknemer een plek binnen de WOR en zo nee, wat is dan de problematiek die daarvan het gevolg is? De daaropvolgende paragrafen concentreren zich op de bijzondere vormen van (mede)zeggenschap die zijn ontwikkeld, buiten het raamwerk van de WOR om, in het kader van de arbeidsvoorwaarde pensioen. Daarbij is opvallend hoe zich een fundamenteel andere systematiek heeft ontwikkeld voor pensioenregelingen uitgevoerd door verzekeraars en voor pensioenfondsen. Bij verzekerde pensioenregelingen is de medezeggenschapspositie van ex-werknemers vormgegeven via verenigingen van gepensioneerden, bij pensioenfondsen via (uiteindelijk) bestuursparticipatie en daaraan gekoppelde separate medezeggenschapsorganen. De wetgever had daarbij gedurende de loop der jaren onmiskenbaar de meeste aandacht voor (mede)zeggenschap bij pensioenfondsen en verstevigde de positie van met name gepensioneerden steeds verder, terwijl de medezeggenschap van ex-werknemers bij verzekerde pensioenregelingen nooit van de grond kwam. Tot slot sta ik stil bij de verhouding tussen de (mede)zeggenschap en de nietigheid en vernietigbaarheid van besluitvorming op grond van Boek 2 BW. Na mijn conclusies komen oplossingsrichtingen aan de orde voor de belangrijkste geconstateerde gebreken in de (mede)zeggenschap.