Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2013/11/EU alternatieve beslechting consumentengeschillen en wijziging Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (Richtlijn ADR consumenten)
Artikel 5 Toegang tot ADR-entiteiten en -procedures
Geldend
Geldend vanaf 19-01-2026
- Bronpublicatie:
16-12-2025, PbEU L 2025, 2025/2647 (uitgifte: 30-12-2025, regelingnummer: 2025/2647)
- Inwerkingtreding
19-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
16-12-2025, PbEU L 2025, 2025/2647 (uitgifte: 30-12-2025, regelingnummer: 2025/2647)
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Alternatieve geschillenbeslechting
1.
De lidstaten bevorderen dat consumenten toegang hebben tot ADR-procedures en zien erop toe dat onder deze richtlijn vallende geschillen waarbij een op hun grondgebied gevestigde ondernemer betrokken is, kunnen worden voorgelegd aan een ADR-entiteit die voldoet aan de vereisten van deze richtlijn.
1 bis.
De lidstaten bevorderen tevens dat op hun grondgebied woonachtige consumenten toegang hebben tot ADR-procedures voor de beslechting van onder deze richtlijn vallende geschillen met ondernemers uit derde landen en zorgen ervoor dat die geschillen kunnen worden voorgelegd aan een ADR-entiteit die voldoet aan de vereisten van deze richtlijn, op gezamenlijk verzoek van de consument en de ondernemer uit een derde land.
De lidstaten kunnen toegang tot ADR-procedures voor de beslechting van een geschil met een ondernemer uit een derde land afhankelijk stellen van de instemming van de partijen met de beslechting van dat geschil op grond van het recht dat van toepassing is in de lidstaat waar de ADR-entiteit gevestigd is en waar de betrokken consument woonachtig is, en van de voorwaarde dat de ondernemer toezegt zich te houden aan de ADR-procedureregels, met inbegrip van terugkerende vergoedingen, in voorkomend geval. De lidstaten kunnen aanvullende voorwaarden stellen om te voorkomen dat de behandeling van dergelijke geschillen de effectieve werking van de ADR-entiteiten ernstig in het gedrang brengt.
De in de tweede alinea bedoelde instemming van de ondernemer en de consument met het toepasselijke recht leidt er niet toe dat de consument niet langer de bescherming geniet van bepalingen waarvan op grond van het recht van de lidstaat waar de consument zijn of haar gewone verblijfplaats heeft niet kan worden afgeweken door middel van een overeenkomst.
2.
De lidstaten zorgen ervoor dat de ADR-entiteiten:
- a)
een geactualiseerde website onderhouden die de partijen gemakkelijk toegang biedt tot informatie betreffende de ADR-procedure, en waarop consumenten online op een traceerbare manier klachten en de vereiste ondersteunende documenten kunnen indienen;
- b)
consumenten in staat stellen te kiezen of zij klachten en andere ondersteunende documenten indienen en toegang hebben tot ADR in digitale of niet-digitale vorm;
- c)
indien zij digitale ADR-procedures aanbieden, deze aanbieden via gemakkelijk toegankelijke en inclusieve instrumenten;
- d)
indien geautomatiseerde middelen worden gebruikt in het ADR-besluitvormingsproces:
- i)
de partijen vooraf op een duidelijke, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke manier over hun gebruik informeren, en
- ii)
waarborgen dat de partijen het recht hebben erom te verzoeken dat de uitkomst van de ADR-procedure wordt getoetst door een natuurlijke persoon van de ADR-entiteit die voldoet aan de vereisten van artikel 6, lid 1;
- e)
de partijen in kennis stellen van hun recht erom te verzoeken dat de uitkomst van de ADR-procedure wordt getoetst door een natuurlijke persoon als bedoeld in punt d), ii);
- f)
zaken kunnen bundelen, mits:
- i)
de betrokken consument van het bundelen in kennis wordt gesteld, en
- ii)
de met de gebundelde zaken belaste natuurlijke personen over voldoende kennis beschikken om de zaak overeenkomstig artikel 6, lid 1, punt a), te behandelen;
- g)
binnenlandse en grensoverschrijdende geschillen en, in voorkomend geval, geschillen met ondernemers uit derde landen aanvaarden;
- h)
de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de verwerking van persoonsgegevens in overeenstemming is met de regels inzake de bescherming van persoonsgegevens die zijn neergelegd in Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (1).
De lidstaten kunnen aanvullende voorwaarden vaststellen voor de bundeling van zaken als bedoeld in de eerste alinea, punt f).
3.
De lidstaten kunnen aan hun verplichting krachtens lid 1 voldoen door te voorzien in het bestaan van een residuaire ADR-entiteit die bevoegd is voor de behandeling van geschillen vermeld in lid 1 waarvoor geen bestaande ADR-entiteit bevoegd is. De lidstaten kunnen ook aan die verplichting voldoen door gebruik te maken van ADR-entiteiten die in een andere lidstaat gevestigd zijn of van regionale, transnationale of pan-Europese geschillenbeslechtingsentiteiten, waarbij ondernemers uit verschillende lidstaten onder dezelfde ADR-entiteit vallen, onverminderd hun verantwoordelijkheid om te zorgen voor volledige dekking door en toegang tot ADR-entiteiten.
4.
De lidstaten kunnen ervoor kiezen ADR-entiteiten toe te staan om procedurevoorschriften te behouden of in te voeren die hen in staat stellen te weigeren een bepaald geschil te behandelen op (één of meer van) de volgende gronden:
- a)
de consument heeft niet geprobeerd contact op te nemen met de betrokken ondernemer om de klacht te bespreken en, in eerste instantie, te trachten het probleem rechtstreeks met die ondernemer op te lossen, zonder onevenredige regels voor de vorm of de inhoud van een dergelijk contact in te voeren;
- b)
het geschil is van gering belang of vexatoir;
- c)
het geschil is reeds eerder door een andere ADR-entiteit of door een rechtbank in behandeling genomen;
- d)
de waarde van de vordering valt onder of boven een vooraf vaststaand drempelbedrag;
- e)
de consument heeft zijn klacht niet binnen een vooraf vaststaande termijn aan de ADR-entiteit voorgelegd; deze termijn mag niet worden bepaald op minder dan een jaar vanaf de datum waarop de consument een klacht bij de ondernemer indiende;
- f)
de behandeling van een dergelijk geschil zou de effectieve werking van de ADR-entiteit anderszins ernstig in het gedrang brengen.
Indien een ADR-entiteit, overeenkomstig haar procedurevoorschriften, een geschil dat aan haar is voorgelegd niet in behandeling kan nemen, verstrekt deze ADR-entiteit binnen drie weken na ontvangst van het volledige klachtdossier beide partijen een gemotiveerde toelichting van de redenen om het geschil niet in behandeling te nemen.
Dergelijke procedurevoorschriften mogen, ook in het geval van grensoverschrijdende geschillen, de toegang van consumenten tot ADR-procedures niet aanzienlijk belemmeren.
5.
De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer het ADR-entiteiten wordt toegestaan om vooraf vaststaande drempelbedragen te bepalen teneinde de toegang tot ADR-procedures te beperken, de drempels niet zodanig worden vastgesteld dat deze de toegang van de consument tot klachtenafhandeling door ADR-entiteiten aanzienlijk belemmeren.
6.
Indien een ADR-entiteit, overeenkomstig de in lid 4 bedoelde procedurevoorschriften, een klacht die aan haar is voorgelegd niet in behandeling kan nemen, behoeft een lidstaat er niet voor te zorgen dat de consument zijn klacht bij een andere ADR-entiteit kan indienen.
7.
Indien een ADR-entiteit die geschillen in een specifieke economische sector behandelt, bevoegd is om geschillen in behandeling te nemen welke betrekking hebben op een ondernemer die in de sector actief is maar geen lid is van de organisatie of vereniging die de ADR-entiteit vormt of financiert, wordt de lidstaat geacht ook met betrekking tot geschillen betreffende deze ondernemer zijn verplichting uit hoofde van lid 1 te hebben vervuld.
8.
De lidstaten zien erop toe dat, wanneer een bevoegde ADR-entiteit besluit een consumentenklacht overeenkomstig haar procedureregels in behandeling te nemen, die ADR-entiteit contact opneemt met de betrokken ondernemer en deze uitnodigt om aan de ADR-procedure deel te nemen, ongeacht of de deelname van die ondernemer al dan niet verplicht is.
9.
De lidstaten zien erop toe dat op hun grondgebied gevestigde ondernemers met wie contact wordt opgenomen door een bevoegde ADR-entiteit, die ADR-entiteit ervan op de hoogte brengen of zij al dan niet instemmen met deelname aan de voorgestelde ADR-procedure. De ondernemer antwoordt de ADR-entiteit binnen een redelijke termijn, die niet langer mag zijn dan 20 werkdagen. Bij complexe geschillen of in uitzonderlijke omstandigheden kan de betrokken ADR-entiteit deze termijn verlengen, die in geen geval langer mag zijn dan 30 werkdagen. In voorkomend geval stelt de ADR-entiteit de consument van de verlenging van de termijn in kennis.
Indien de ondernemer niet binnen de in de eerste alinea vermelde termijn heeft geantwoord, mag de ADR-entiteit ervan uitgaan dat de ondernemer heeft geweigerd aan de ADR-procedure deel te nemen en kan zij de zaak afsluiten. De ADR-entiteit stelt de consument daarvan in kennis. De gevolgen van het uitblijven van een antwoord worden in de nationale wetgeving vastgelegd.
De in de eerste alinea vermelde antwoordplicht geldt niet:
- a)
als de deelname van de ondernemer aan de ADR-procedure verplicht is;
- b)
als de ADR uitkomsten kan opleveren zonder instemming van de ondernemer om deel te nemen aan de ADR-procedure, of
- c)
als de ondernemer zich reeds contractueel ertoe verbonden heeft gebruik te maken van ADR-entiteiten om geschillen met consumenten te beslechten.
Voetnoten
Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).