Lokale democratische innovatie
Einde inhoudsopgave
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/7.2:7.2 De doelstelling van de Burgerjury
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/7.2
7.2 De doelstelling van de Burgerjury
Documentgegevens:
mr. drs. J. Westerweel , datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
mr. drs. J. Westerweel
- JCDI
JCDI:ADS248543:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het lijkt in die zin op het doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoek dat het college verricht op grond van artikel 213a Gemeentewet.
Dit bleek uit gesprekken met ambtenaren van de gemeente Rotterdam die de Burgerjury organiseerden.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Burgerjury is een idee uit de koker van het college. Er is geen debat in de raad aan de instelling voorafgegaan, noch is daarvoor goedkeuring van de raad vereist geweest. Doordat het idee zijn oorsprong in het college vindt, is er geen openbare startnotitie of een ander openbaar document voorhanden waarin duidelijk de keuzes voor de uiteindelijke opzet worden gemotiveerd. Het doel van de Burgerjury is, zoals hiervoor al bleek, wel te achterhalen. Enerzijds was dat het aanleveren van ideeën en het bieden van een nieuw perspectief vanuit de Rotterdamse samenleving, anderzijds het beoordelen en controleren van het beleid van het college. Op het eerste gezicht doet het wat vreemd aan dat het college zelf controle organiseert op haar eigen beleid. Het is alsof de slager zijn eigen vlees keurt.1 Dit bezwaar wordt in het geval van de Burgerjury deels ondervangen doordat het niet het college zelf is dat de controle verricht, maar gewone burgers. Zoals hierna zal blijken, treden er wel wat spanningen op doordat het nog steeds het college is dat de burgers tot controle in staat moet stellen.
Welk beleid de Burgerjury moest controleren, was niet op voorhand gegeven. Het kon dus zowel beleid zijn dat het college uitvoerde voor de raad als beleid dat het college op basis van eigen bevoegdheden voerde. Voor de organisatie van de Burgerjury zat de meerwaarde van het project er vooral in dat het college zou worden aangestuurd op detailniveau. Volgens de organisatie moest de gemeenteraad over de grote lijnen van het beleid gaan en voerde het college beleid uit op basis van wetenschappelijke inzichten. De Burgerjury moest in aanvulling daarop inzichten aanleveren op basis van gevoel en ervaring, waardoor zij het college van informatie kon voorzien over de maatschappelijke effecten van het beleid.2 Een belangrijk onderdeel van die taak was het vellen van een oordeel over collegebeleid. Het college zou de Burgerjury van informatie voorzien om tot een oordeel te komen en stelde zich tijdens de bijeenkomsten bloot aan de kritiek.