Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.3.1:8.3.1 Inleiding
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.3.1
8.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291447:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige paragraaf is aan de hand van de jurisprudentie van het Hof van Justitie besproken hoe moet worden vastgesteld of er sprake is van gebruik voor belaste handelingen. Indien kosten rechtstreeks en onmiddellijk samenhangen met een afgebakend gedeelte van de bedrijfsactiviteit (de tweede stap) met zowel belaste als vrijgestelde handelingen of (deels) rechtstreeks en onmiddellijk samenhangen met de gehele bedrijfsactiviteit met zowel belaste als vrijgestelde handelingen (de derde stap of vierde stap), dan dient de btw op (dit deel van) deze algemene kosten op grond van art. 173 lid 1 Btw-richtlijn gesplitst te worden in een aftrekbaar en een niet-aftrekbaar deel. Aftrek is op grond van art. 168 Btw-richtlijn immers slechts toegestaan voor zover sprake is van gebruik voor belaste handelingen.
In deze paragraaf wordt ingegaan op de wijze waarop die btw gesplitst moet worden in een aftrekbaar en een niet-aftrekbaar deel. In art. 173 tot en met 175 Btw-richtlijn zijn hiervoor splitsingsregels opgenomen. De opbouw van deze paragraaf is als volgt. In paragraaf 8.3.2 wordt ingegaan op de richtlijnhistorie van deze splitsingsregels. Vervolgens komt de uitleg van deze splitsingsregels door het Hof van Justitie aan bod in paragraaf 8.3.3. Omdat art. 173 lid 2 Btw-richtlijn lidstaten de mogelijkheid geeft om bepaalde afwijkende splitsingsmethoden te implementeren, wordt in paragraaf 8.3.4 op hoofdlijnen weergegeven voor welke afwijkende splitsingsmethoden lidstaten hebben gekozen. Vervolgens wordt in paragraaf 8.3.5 nader ingegaan op de afwijkende splitsingsmethode waarvoor Nederland heeft gekozen en de uitleg daarvan door de Hoge Raad. In paragraaf 8.3.6 wordt de balans opgemaakt.